Vererving van familiebedrijven in het Vlaamse Gewest in crisistijd
Tijdelijke schrapping van de tewerkstellingsvoorwaarde ...
Sinds 1999 kunnen familiebedrijven vrij van successierechten vererven naar de erfgenamen (dit
dienen niet noodzakelijk de kinderen of de familieleden te zijn) indien een aantal voorwaarden voldaan zijn (art. 60bis Wet Successierechten Vlaamse Gewest, hierna ‘W.Succ.Vl.Gew.’). Eén van deze voorwaarden is de zogenaamde “voorwaarde van loonlasten in de Europese Economische Ruimte” .
Deze voorwaarde houdt in dat in de periode van drie jaar voorafgaand aan het overlijden een bedrag van minstens 500.000 euro aan loonlasten moet worden uitbetaald aan werknemers in de Europese Economische Ruimte. Ook gedurende een termijn van vijf jaar na het overlijden van de erflater moet de tewerkstelling in de vennootschap/de onderneming verzekerd blijven. De huidige voorwaarde van loonlasten in de Europese Economische Ruimte werd (retroactief) ingevoerd met ingang van 1 november 2007 ter vervanging van de voorwaarde van tewerkstelling van vijf werknemers in het Vlaamse Gewest en dit naar aanleiding van het arrest van het Europese Hof van Justitie (25 oktober 2007, C-464/05, Geurts-Vogten).
Teneinde de overlevingskansen van vennootschappen/ondernemingen in tijden van economische crisis te vergroten, stelde de Vlaamse minister van Financiën, Phillippe Muyters, in zijn Beleidsnota Financiën en Begroting 2009-2014 voor om de tewerkstellingsvoorwaarde te schrappen.
Bij decreet dd. 18.12.2009 “houdende bepalingen tot begeleiding van de derde aanpassing van de begroting 2009” (B.S. dd. 29.01.2010), werd dan ook de tijdelijke schrapping van voormelde voorwaarden inzake tewerkstelling en loonlasten ingevoerd met in werking treding op 1 januari 2009.
Gelet op het feit dat ervan wordt uitgegaan dat de economische crisis drie jaar duurt, met name van 1 september 2008 tot en met 1 september 2011, is de schrapping slechts tijdelijk.
Het tijdelijk gunstregime treedt met retroactieve kracht in werking en is bijgevolg eveneens van toepassing voor wat betreft de oude tewerkstellingsvoorwaarde met betrekking tot de periode na het overlijden:
- Voor overlijdens die plaatsvonden tussen 1 januari 2004 en 31 oktober 2007 (voor 1 november gold de tewerkstellingsvoorwaarde): schrapping van de voorwaarde van behoud van tewerkstelling m.b.t. de periode na het overlijden.
- Voor overlijdens die plaatsvonden tussen 1 november 2007 en 31 maart 2009 (vanaf 1 november geldt de loonlastenvoorwaarde): schrapping van de voorwaarde van behoud van loonlasten m.b.t. de periode na het overlijden.
- Voor overlijdens die plaatsvinden tussen 1 april 2009 en 31 maart 2011: volledige schrapping van de loonlastenvoorwaarde, zowel m.b.t. de periode voor als na het overlijden.
- Voor overlijdens die plaatsvinden tussen 1 april 2011 en 30 juni 2014: schrapping van de loonlastenvoorwaarde m.b.t. de periode voor het overlijden.
Op basis van deze maatregel, komt de waarde van de aandelen van zuivere patrimoniumvennootschappen, alsook zuivere holdingvennootschappen dus tijdelijk in aanmerking voor een volledige vrijstelling van successierechten.
Overlijdt de erflater binnen de vermelde periodes, dan lijkt de vrijstelling verworven te zijn (voor zover ook voldaan wordt aan de andere voorwaarden), ook na de crisis. Overlijdt de erflater bijvoorbeeld in de loop van 2010, dan geldt er zowel voor de periode vóór als de periode ná het overlijden geen loonlastenvoorwaarde.
Volgens de beleidsnota, wordt de schrapping van de loonlastenvoorwaarde midden 2011 geëvalueerd. Mogelijks zou alsdan deze maatregel worden teruggeschroefd, dan wel worden aangepast mogelijks in die zin dat het behoud en de grootte van de vrijstelling gekoppeld worden aan een gemakkelijke controleerbare component gelinkt aan de concrete activiteit binnen de onderneming.
Eén en ’t ander dient bijgevolg aandachtig te worden opgevolgd bij een successieplanning.
… evenwel verscherping van de participatievoorwaarde
Bij hetzelfde decreet wordt de participatievoorwaarde voor de toepassing van de vrijstelling verstrengd.
Voor de wetswijziging omschreef de wet de participatievoorwaarde als volgt: “dat de onderneming of de aandelen van de vennootschap in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden ononderbroken voor ten minste 50% toebehoorden aan de overledene en/of zijn echtgenoot”.
Hierbij rees evenwel de vraag of de voorwaarde van bezitsduur van drie jaar geldt voor alle aandelen waarvoor men de vrijstelling vraagt dan wel of het voldoende was dat de erflater (samen met zijn naaste familie) drie jaar lang tenminste 50% van de aandelen had om een vrijstelling te kunnen genieten voor alle aandelen die hij bij zijn overlijden bezat.
Uit de bewoordingen van het artikel vóór de wetswijziging kan men afleiden dat de aandelen gedurende drie jaar vóór het overlijden ononderbroken voor ten minste 50% dienden toe te behoren aan de erflater of zijn naaste familie.
Niettemin luidde het administratief standpunt dat indien het aandelenbezit in aantal schommelt in de drie jaar voor het overlijden, de vrijstelling van successierechten alleen wordt toegepast op het laagst aantal dat in het bezit was.
Met de tekstwijziging wilde de regering duidelijk maken dat het om twee aparte voorwaarden gaat.
- De aandelen moeten drie jaar lang in het bezit zijn geweest van de erflater en/of echtgenoot
én - De erflater (inclusief zijn onmiddellijke verwanten) moet drie jaar lang tenminste 50% van de aandelen hebben gehad.
Indien de erflater in de drie jaar voor zijn overlijden bijkomend aandelen heeft verworven, komen deze niet mee in aanmerking voor de vrijstelling. Dit geldt althans zeker voor zover de aandelen van derden zijn verkregen.
Ten slotte bevestigt de tekst van de wet dat de oude regeling van toepassing blijft op aandelen die de erflater verkregen heeft in de loop van drie jaar voor het overlijden ten gevolge van een fusie, splitsing, inbreng van aandelen, of andere verrichtingen. Dergelijke aandelen komen in aanmerking voor de vrijstelling voor zover ze voldoen aan de bestaande anti-misbruikbepalingen.
De inwerkingtreding van de gewijzigde participatievoorwaarde is bepaald op 1 januari 2010.
Voor meer informatie: romina.abiuso@tiberghien.com en robby.ackermans@tiberghien.com