Arrest Dijkman verklaart berekening van gemeentelijke opcentiemen over interesten en dividenden als strijdig met het EG-recht.

Gerd Goyvaerts • 09/07/2010

Het Europees Hof heeft op 1 juli 2010 bij het Arrest Dijkman geoordeeld dat de verschillende fiscale behandeling van interesten en dividenden tussen de inning bij Belgische banken (middels bevrijdende roerende voorheffing) en via buitenlandse banken (met aangifteplicht en berekening aanvullende gemeentebelastingen) in strijd is met het Europees recht en als een belemmering van het vrij verkeer van kapitaal wordt beschouwd zoals voorzien bij art. 56 EG.

Het arrest zelf besluit in zijn dispositief :

Artikel 56 EG verzet zich tegen een wettelijke regeling van een lidstaat volgens welke ingezeten belastingplichtigen van deze lidstaat die interesten of dividenden uit beleggingen of investeringen in een andere lidstaat ontvangen, onderworpen zijn aan een aanvullende gemeentebelasting wanneer zij er niet voor hebben geopteerd zich deze roerende inkomsten te laten uitbetalen door een in hun woonstaat gevestigde tussenpersoon, terwijl soortgelijke inkomsten die voortvloeien uit beleggingen of investeringen in hun woonstaat niet hoeven te worden aangegeven en in dat geval ook niet onderworpen zijn aan de aanvullende gemeentebelasting, aangezien zij reeds aan een bronheffing zijn onderworpen.

Dit arrest heeft overigens niet alleen een impact op de reguliere aangifte in de personenbelasting, doch tevens voor de berekening van een regularisatieheffing zoals voorzien bij de wet van 27 december 2005. Ingevolge dit arrest, en in afwijking van het eerdere arrest van het Grondwettelijk Hof nr 68/2007 van 26 april 2007, kunnen de gemeentebelastingen niet meer worden berekend over de in regularisatie aangegeven overige inkomsten van roerende aard (interesten en dividenden).

Voor meer informatie in deze contacteer Gerd D Goyvaerts. U kunt ook het volledige arrest hier bekijken.