Roerende voorheffing klimt naar 22.5 procent

Koen Van Duyse in 'De Standaard' • 23/12/2011

Gemeentelijke opcentiemen op voorheffing

BRUSSEL - Voor de meesten onder ons stijgt de roerende voorheffing volgend jaar niet van 15 naar 21 procent, maar loopt ze op tot 22,5 procent. Tenzij de regering de wet in extremis nog aanpast.

Van onze redacteur

Op het eerste gezicht veranderen de begrotingsmaatregelen niets aan de manier waarop de roerende voorheffing op uw rente-inkomsten of dividenden worden geïnd. De banken of de bedrijven zullen die voorheffing ook volgend jaar zelf inhouden en doorstorten aan de fiscus, zodat u enkel de nettorente of -dividend uitgekeerd krijgt. Maar die afhouding is niet langer 'bevrijdend', want u zal ze ook nog eens moeten vermelden op uw belastingaangifte.

Daardoor wordt ze onderworpen aan de gemeentelijke opcentiemen. Die variëren voor de meeste Vlaamse gemeenten tussen 6 en 8,5 procent, met een gemiddelde van 7,17 procent. Gemiddeld komt er bovenop de 21 procent roerende voorheffing dus nog eens ruim 1,5 procentpunt aanvullende gemeentebelasting (opcentiemen), wat de belasting op uw rente-inkomsten in de praktijk doet oplopen tot 22,5 procent, de helft meer dan nu.

Hetzelfde voor dividenden die in de meeste gevallen nu al tegen 25 procent worden belast. Die heffing klimt dan gemiddeld naar 26,75 procent.

Wie in het totaal 100.000 euro vastrentend belegd heeft tegen pakweg 4 procent bruto, betaalt nu 600 euro roerende voorheffing op zijn 4.000 euro rente-inkomsten. Dat wordt vanaf volgend jaar dus 900 euro voor iemand die in een 'gemiddelde' Vlaamse gemeente woont. Ben je gedomicilieerd in Knokke of Koksijde, waar nog steeds geen opcentiemen worden geheven, dan betaal je 21 procent of 600 euro voorheffing, woon je in Heuvelland, in het uiterste zuiden van West-Vlaanderen, dan betaal je 9 procent opcentiemen en loopt de voorheffing dus op tot net geen 23 procent of 920 euro.

Enkel wie bij de bank aangeeft dat hij meer dan 20.000 euro aan roerende inkomsten heeft, moet die inkomsten niet op zijn belastingformulier vermelden, maar hij betaalt dan wel 25 procent voorheffing.

Zijn dieopcentiemen een vergetelheid? De fiscalisten die we consulteerden hebben er geen flauw idee van. We kunnen enkel vaststellen, zegt Koen Janssens van Kluwer, dat artikel 466 van het Wetboek Inkomstenbelastingen (WIB) nog steeds stelt dat 'de aanvullende gemeentebelastingen op de personenbelasting worden vastgesteld vóór de verrekening van de voorheffing'.

De opcentiemen worden dus toegepast voor de fiscus de reeds aan de bron afgehouden roerende voorheffing weer van het verschuldigde bedrag aftrekt. Dat is ook de visie van Jan Van Dyck, de hoofdredacteur van het vakblad Fiscoloog.

Koen Van Duyse van het fiscaal kantoor Tiberghien vindt dat er een reukje zit aan het verhaal. 'Het wetsontwerp waarover het parlement zich buigt, heeft artikel 466 van het WIB wel aangepast, maar niet op het vlak van de gemeentelijke opcentiemen. Dat wekt op zijn minst de indruk dat die aanpassing bewust achterwege is gelaten.'

Voor de gemeenten zou het alleszins een mooi steuntje in de rug zijn na de verliezen die ze leden op hun Dexia-aandelen.