Print deze pagina

vrijdag, 19 juni 2020

Impact van COVID-19 op de aanvullende pensioenfiscaliteit

Koen Van Duyse

Sarah De Wilde

1. Coronawerkloosheid en “effectief actief”

Opdat iemand van het 10%-tarief kan genieten inzake zijn/haar aanvullend pensioenkapitaal opgebouwd met werkgeversbijdragen is het vereist dat men of het pensioenkapitaal ten vroegste verkrijgt vanaf de wettelijke pensioenleeftijd (momenteel 65 jaar) of vanaf wanneer men over een “volledige loopbaan” beschikt en men in beide gevallen ten minste tot en met die datum “effectief actief” is gebleven.

De vraag stelt zich of personen die de afgelopen maanden zijn gepensioneerd dan wel binnenkort op pensioen gaan en die werden / worden geconfronteerd met coronawerkloosheid, kunnen worden geacht “effectief actief” te zijn gebleven gedurende die periode.

Het bericht aan de werkgever bij fiche 281.11 en de circulaire van 19 december 2019 halen een aantal periodes aan die volgens de fiscus worden gelijkgesteld met een periode van activiteit. Eén van die situaties die wordt opgesomd is wanneer men werkloosheidsuitkeringen geniet en bovendien nog aan een aantal andere voorwaarden voldoet (waaronder beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en actief op zoek gaan naar werk). Iemand die geconfronteerd wordt met tijdelijke coronawerkloosheid zal aan al deze voorwaarden echter niet voldoen.

Niettemin, in het licht van de verschillende voorbeelden die door de fiscale administratie worden geciteerd, lijkt het ons sterk verdedigbaar dat een periode van coronawerkloosheid ook moet worden gelijkgesteld met een periode waarin men “effectief actief” is gebleven om bijgevolg van het 10%-tarief te kunnen genieten.

2. VAPZ-premies

Opdat VAPZ-premies aftrekbaar zijn, moeten onder andere de RSVZ-bijdragen die opeisbaar zijn geworden voor het desbetreffende jaar effectief en volledig zijn betaald.

De vraag rijst of de zelfstandige die gebruik heeft gemaakt van het betalingsuitstel van de RSVZ-bijdragen nog voldoet aan de voorwaarden om zijn/haar VAPZ-bijdragen te kunnen aftrekken.

De Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen pleit in haar advies nr. 13 van 20 mei 2020 voor een wetgevend ingrijpen of een bevestiging dat verduidelijkt dat VAPZ-premies aftrekbaar zijn, ook voor zelfstandigen die uitstel van betaling van hun RSVZ-bijdragen hebben gekregen.

3. 80%-regel

Opdat een premie in het kader van een collectieve verzekering (via een groepsverzekering of pensioenfonds) of individuele pensioentoezegging (IPT) voor een zelfstandig bedrijfsleider aftrekbaar is, moet o.a. de zogenaamde “80%-grens” worden nageleefd. Hetzelfde geldt voor “POZ”-bijdragen die zelfstandigen-natuurlijke personen kunnen storten. Samengevat komt het erop neer dat de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen niet hoger mag zijn dan 80 % van het referentie-inkomen (POZ) of de laatste normale brutojaarbezoldiging (collectieve verzekering / IPT). Bovendien is het in het kader van IPT’s of collectieve aanvullende verzekeringen voor zelfstandige bedrijfsleiders vereist dat de premies betrekking hebben op bezoldigingen die regelmatig en minstens maandelijks werden betaald.

Inderdaad zullen heel wat zelfstandigen een (aanzienlijk) lager inkomen hebben in 2020 te wijten aan de COVID-19 crisis. Voor het referentie-inkomen van de POZ kan dit een belangrijke impact hebben. Voor bedrijfsleiders die tijdelijk hun inkomsten hebben verminderd gezien of wiens bedrijfsleidersbezoldiging misschien zelfs tijdelijk volledig opgeschort werden, kan het zijn dat er geen sprake meer was van een “regelmatige en maandelijkse bezoldiging”. Noteer dat het eventuele “overbruggingsrecht” hierbij buiten beschouwing moet worden gelaten.

Dit kan dus leiden tot de niet-aftrekbaarheid van de pensioenpremies, verminderde mogelijkheden tot aanvullende pensioenopbouw en eventueel het wegvallen van bepaalde dekkingen indien zou worden besloten dat ten gevolge van de niet-aftrekbaarheid, er geen premie zou worden gestort.

Ook hiervoor vraagt de Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen aan de overheid om een oplossing uit te werken.

Voor IPT’s en collectieve verzekeringen van zelfstandige bedrijfsleiders die steeds hun regelmatige maandelijkse bezoldiging hebben gehouden, stellen er zich o.i. echter geen problemen inzake de aftrekbaarheid van de premies.

 

Voor meer informatie kan u contact opnemen met de auteurs van dit artikel of met uw gebruikelijke Tiberghien contactpersoon.

Koen Van Duyse, Partner - koen.vanduyse@tiberghien.com

Sarah De Wilde, Senior Associate - Sarah.dewilde@tiberghien.com