Print deze pagina

woensdag, 13 april 2022

Fiscale controleactie vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing ten gevolge van COVID-19-pandemie: een gewaarschuwd(e) man/vrouw/x telt voor twee

In één van onze vorige nieuwsbrieven hadden wij het reeds over de controleacties die plaatsvinden met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegen-en nachtarbeid. Specifiek voor 2022 maakt ook de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing toegekend omwille van de COVID-19-pandemie het mikpunt uit van nieuwe controles.

 Waaruit bestaat de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing ‘Corona’?

Deze vrijstelling werd ingevoerd als steunmaatregel voor de tewerkstelling door werkgevers die van het stelsel van tijdelijke werkloosheid gebruik maakten als gevolg van de coronamaatregelen, met de bedoeling de betrokken werknemers verder aan het werk te houden.

Aan welke voorwaarden moeten werkgevers voldoen?  

Om toepassing te kunnen maken van de vrijstelling moeten de werkgevers kwalificeren als schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing, moet de bedrijfsvoorheffing volledig ingehouden zijn op de belastbare bezoldigingen van hun werknemers en moet de werkgever gedurende een ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen tussen 12 maart 2020 en 31 mei 2020 gebruik hebben gemaakt van het stelsel van tijdelijke werkloosheid1. Ten minste één werknemer van de onderneming moet tijdelijk werkloos zijn gesteld tijdens de ononderbroken periode van 30 kalenderdagen. Het moet daarbij echter niet noodzakelijk om dezelfde persoon gaan en het is ook niet belangrijk in welk arbeidsstelsel de werknemers zijn tewerkgesteld, zolang het (globaal genomen) over minimum één werknemer van de onderneming gaat. Indien men gebruik maakt van uitzendkrachten, dan dient men enkel rekening te houden met de eigen werknemers bij deze beoordeling. Een uitzondering geldt voor de uitzendkantoren zelf: deze moeten (logischerwijze) rekening houden met de uitzendkrachten die bij de gebruikers tewerkgesteld zijn. 

Hoe bereken je de vrijstelling?

Indien men aan de bovenstaande voorwaarden voldoet, bedraagt de vrijstelling in principe voor elk van de maanden juni, juli en augustus 2020, 50% van het verschil tussen 1) enerzijds de totaal verschuldigde bedrijfsvoorheffing van die maand op de in aanmerking te nemen bezoldigingen en 2) anderzijds het totaal van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing van de maand mei 2020 (referentieperiode) op de in aanmerking te nemen bezoldigingen. De vrijstelling mag niet meer bedragen dan 20 miljoen euro voor de drie maanden samen.

Aanvraagprocedure en verrekeningswijze

Voor de periode waarin de werkgever bezoldigingen heeft toegekend waarvoor deze vrijstellingsregeling wordt toegepast moesten twee afzonderlijke aangiftes in de bedrijfsvoorheffing worden ingediend. Om de toepassing administratief minder zwaar te maken, konden werkgevers er ook voor kiezen om de van doorstorting vrijgestelde bedrijfsvoorheffing te verrekenen met de bedrijfsvoorheffing die betrekking heeft op de in aanmerking komende bezoldigingen van de werknemers voor de maand september of oktober 2020 (bij maandaangifte) of voor het derde kwartaal van 2020 (bij kwartaalaangifte).

Combinatie met andere vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing

De vrijstelling kan worden toegepast in combinatie met de andere vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing en wordt desgevallend berekend op het saldo van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing na toepassing van de overige vrijstellingen.

Worden er werkgevers uitgesloten?

Een uitsluiting geldt t.a.v. bepaalde werkgevers, m.n. vennootschappen die tijdens de periode van 12 maart 2020 tot 31 december 2020:

  • een inkoop van eigen aandelen hebben verricht of
  • een toekenning of uitkering van dividenden, met inbegrip van de uitkering van liquidatiereserves, of
  • een kapitaalvermindering met inbegrip van de kapitaalvermindering als bedoeld in artikel 537 WIB, of
  • elke andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen hebben verricht.

Daarnaast is de regeling niet van toepassing voor de vennootschappen die, in de periode van 12 maart 2020 tot 31 december 2020 ofwel:

  • een rechtstreekse deelneming aanhouden in een vennootschap die gevestigd is in een belastingparadijs of
  • betalingen hebben gedaan aan vennootschappen die gevestigd zijn in een belastingparadijs, voor zover deze betalingen in de loop van het belastbare tijdperk een totaalbedrag vormen van ten minste 100.000 EUR, en niet werd aangetoond dat deze betalingen werden verricht in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen die het gevolg zijn van rechtmatige financiële of economische behoeften.

Verhoogde waakzaamheid: controleer correcte toepassing en voor te leggen bewijsstukken

Ondernemingen die gebruik hebben gemaakt van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing ten gevolge van de COVID-19-pandemie, worden aangeraden om na te gaan of zij de vrijstelling correct hebben toegepast en of zij de nodige bewijsstukken kunnen voorleggen. Zij lopen immers een verhoogd risico op een fiscale controle.  

Wij volgen dit op de voet en blijven ter beschikking voor alle vragen die u hieromtrent heeft.

Daan Buylaert - Partner (daan.buylaert@tiberghien.com)

Kimberley De Plucker - Senior Associate (kimberley.deplucker@tiberghien.com)

Charlotte Meskens - Senior Associate (charlotte.meskens@tiberghien.com)


1 Alle stelsels van tijdelijke werkloosheid komen in aanmerking (bijvoorbeeld tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, economische werkloosheid, tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer, etc.). De circulaire 2020/C/135 verduidelijkt wat men onder een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen moet verstaan.