Dit artikel verscheen op 12/02/2026 in Trends op p. 87
www.trendsknack.be
donderdag, 12 februari 2026
COLUMN TRENDS: 'De vier pensioensokkels zijn echt nodig'
Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen.
Vorige week kondigde minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) aan dat hij het aanvullend pensioen wil verbreden. Dat is nog altijd ongelijk verdeeld. 22 procent van de werknemers en veel zelfstandigen hebben er geen. En tussen wie wel een aanvullend pensioen heeft, zijn grote verschillen, afhankelijk van het bedrijf, de sector en de financiële mogelijkheden. Jambon wil alle sectoren en bedrijven verplichten een jaarlijkse pensioenbijdrage van minstens 3 procent van het loon te betalen.
Dat is een uitstekend initiatief. Nog te veel werknemers hebben te weinig middelen om hun levensstandaard op peil te houden. Nog te veel werkgevers bouwen geen of een te laag aanvullend pensioen op. Het is een kerntaak van de overheid om werkgevers en werknemers te verplichten om ook te denken aan de periode na de pensionering. Boven de eerste sokkel van het wettelijk pensioen wil Jambon een tweede verplichte sokkel.
Als minister van Financiën heeft hij alle instrumenten in handen om daar een succes van te maken: de vele fiscale problemen oplossen, de fiscale koterijen afschaffen en de arbeidsmarktmobiliteit een boost geven. De recente fiscale rechtspraak bevestigt dat er veel problemen zijn. Dat is niet verwonderlijk, gezien de complexe structuur van de fiscale pensioenregelgeving. Ik focus me op twee problemen.
De opbouw van een aanvullend pensioen is fiscaal begrensd. De overheid is maar bereid de opbouw te subsidiëren tot 80 procent van het normale loon. Een eerste probleem: wat is een normaal loon? Als het loon drie jaar voor de pensionering aanzienlijk wordt verhoogd, is dat loon dan nog normaal? De belastingadministratie meent dan nogal snel dat dit abnormaal is, zelfs als de salarisverhogingen er kwamen wegens puike prestaties. Normaal en abnormaal: waar ligt de grens?
Als de grens wordt overschreden , bestraft de fiscale wetgever de werkgever. Maar laat dat nu net een partij zijn die niet weet en zelfs niet kán weten dat een te hoog pensioen wordt opgebouwd. Zo moet de werkgever rekening houden met aanvullende pensioenen opgebouwd bij andere werkgevers, al dan niet uit het verleden. Maar hij kent die niet, hij kan die niet kennen en hij mag die zelfs niet opvragen. Jezus riep aan het kruis: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.” Maar de fiscus als God de Vader lapt dat gewoon aan zijn laars. Die bestraft toch. Het toppunt is dat de overheid, via haar pensioendatabank Sigedis, alle nodige informatie heeft.
Vindt u de btw opcultuur of de meerwaardebelasting al complex? In het fiscale wetboek staan minstens tien vormen van aanvullend pensioen. De regering wil de ongelijkheid wegwerken, maar tien vormen met andere voorwaarden en voordelen creëren ongelijkheid. Vereenvoudig het systeem en schaf negen koterijen af.
Geef in één beweging ook alle beroepsactieve burgers de mogelijkheid om individueel een aanvullend pensioen op te bouwen tot 80 procent van hun jaarinkomen, verdiend over hun volledige carrière. Het wettelijk pensioen en de 3 procent zijn ruim onvoldoende om hun levensstandaard te behouden na het pensioen. De derde sokkel, die ondernemingen vrijwillig opbouwen voor hun werknemers en bedrijfsleiders, kan de kloof dichten. Maar dat gebeurt lang niet altijd. De pensioenopbouw schiet vaak tekort voor starters, deeltijdse werknemers, mensen met een sabbatical of in een eindeloopbaantraject of bij cashflowtekorten. Een vierde sokkel met een individuele invulling is echt nodig.
Enkel die vier sokkels kunnen leiden tot fiscale gelijkheid en rechtvaardigheid. Die wet kan in één dag worden geschreven. Schaf vooral veel af, zonder uitzonderingen, zonder koterijen, perfect controleerbaar door de fiscus, samen met de pensioendatabank. De Raad van State zal zeker een positief advies geven.





