Toon items op tag: Banking & Finance
Europese Commissie stelt België in gebreke voor discriminatie buitenlandse spaardeposito’s
De Europese Commissie heeft België via een schriftelijke ingebrekestelling verzocht om haar regelgeving inzake de vrijstelling van inkomsten uit spaardeposito's in overeenstemming te brengen met het Unierecht (zie hier). De Commissie stelt dat de voorwaarden waaraan de deposito’s moeten voldoen om de vrijstelling te bekomen, strijdig zijn met het vrij verkeer van diensten (artikel 56 VWEU en artikel 36 EER-Verdrag). Hierbij verwijst de Commissie naar eerdere rechtspraak van het Hof van Justitie, namelijk het arrest Van der Weegen van 8 juni 2017 (C-580/15).
Taks op de effectenrekeningen 2.0 – update 4/11/2020
Het Belgisch Staatsblad van vandaag bevat een aankondigingsbericht van de Federale Overheidsdienst Financiën dat de nieuwe anti-misbruikbepaling inzake de nieuwe taks op de effectenrekeningen, met terugwerkende kracht van toepassing is vanaf 30 oktober 2020, de datum waarop in de media uitvoerig over die taks werd bericht. Vanaf deze datum kan men redelijkerwijze aannemen dat het publiek kennis heeft kunnen nemen van het voornemen om de effectenrekeningen te belasten.
Taks op de effectenrekeningen 2.0 – voorontwerp van wet goedgekeurd door de Ministerraad
Op maandag 2 november 2020 heeft de Ministerraad zich opnieuw gebogen over een voorontwerp van wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks op de effectenrekeningen. De tekst werd intussen goedgekeurd en zal worden voorgelegd aan de Raad van State.
De DBI bevek en investeringen in American of Global Depositary Receipts
De ‘DBI-BEVEK’ kent nog altijd veel belangstelling omdat het een fiscaal interessant beleggingsproduct is voor vennootschappen. Steeds vaker wordt er ook zo’n fonds gelanceerd voor Belgische vaste inrichtingen van buitenlandse banken om zich zo ook beter te manifesteren op de Belgische markt van de KMO’s en hun bedrijfsleiders.
Het komt erop aan dat het fonds zoveel mogelijk belegt in ‘goede aandelen’ die recht geven op DBI-aftrek. In die optiek is het aangewezen om te beleggen in beursgenoteerde aandelen.
Sommige van de beurzen zijn echter niet gemakkelijk toegankelijk, zelfs niet voor een DBI-fonds. Wij denken hier bijvoorbeeld aan de beurzen van Zuid-Korea, India, Taiwan,….
Via American Depositary Receipts (ADR) en Global Depositary Receipts (GDR) kan het fonds ook (indirect) investeren in interessante hoogtechnologische bedrijven waarvan de aandelen zelf genoteerd staan op deze minder toegankelijke beurzen, waaronder bijvoorbeeld Samsung Electronics (Zuid-Korea), Infosys (India), Taiwan Semiconductor (Taiwan) en dit zonder afstraffing van de DBI-gerechtigde inkomsten.
Recente rulings bevestigen dit principe, alsook de voorwaarden die in acht genomen moeten worden voor de transparantie naar het onderliggend aandeel en het behoud van recht op DBI-aftrek op de inkomsten en meerwaarden daarvan.
De rulingcommissie levert hierover geen algemene rulings maar wel beslissingen met betrekking tot bij ISINcode gepreciseerde effecten. Dit veronderstelt telkens een analyse en aanvraag op maat.
Taks op effectenrekeningen: deadline betaling op 31 augustus 2020
Op 31 augustus 2020 verstrijkt de uiterste betalingstermijn voor de belastingplichtigen die zelf hun aangifte taks op effectenrekeningen indienen en betalen.1
Taks op beursverrichtingen − Versoepeling verplichtingen tussenpersonen inzake nummering borderellen en dagelijks bijhouden van listings
Volgens de huidige regelgeving (artikel 127 W.DRT.) zijn financiële tussenpersonen gehouden om verrichtingen op effecten die onderworpen zijn aan beurstaks te bevestigen met een borderel.
De abonnementstaks verplaatst naar het wetboek diverse rechten en taksen
De jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen (hierna “abonnementstaks”) is door de wet van 3 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen verplaatst van het Wetboek der successierechten (namelijk art. 161 tot 162/2 W.Succ.) naar het Wetboek diverse rechten en taksen (namelijk art. 201.20 tot 201.28 WDRT).
Deze verplaatsing van wetboek heeft een grotere impact dan op het eerste gezicht zou lijken. De verplaatsing van de abonnementstaks van het Wetboek der successierechten naar het Wetboek diverse rechten en taksen verkort immers de verjaringstermijn van de vordering tot teruggave van 5 jaar naar 2 jaar en beperkt de stuitingsmogelijkheden in hoofde van de belastingplichtige. Uit de parlementaire voorbereidingen kan niet afgeleid worden dat de wetgever werkelijk de intentie had om de verjaringstermijn te verkorten en de stuitingsmogelijkheden te beperken.
Zo werden er ook geen overgangsmaatregelen gesteld. Het lijkt dan ook dat dit eerder bijkomende gevolgen van de verplaatsing naar het Wetboek diverse rechten en taksen zijn die de wetgever niet beoogd had en waarbij hij ook niet heeft stilgestaan.
De volledige publicatie die verscheen in Tijdschrift voor Beleggingsfiscaliteit - Revue de la Fiscalité des Placements, nr. 11 kan u hier lezen.
Temporele modulering van (fiscale) arresten: pleidooi voor onderbouwde handhavingsbeslissingen
De rechtstreekse aanleiding voor deze bijdrage is het recente vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof waarbij het de felbevochten taks op effectenrekeningen integraal naar de prullenmand verwijst. Tegelijkertijd handhaaft het de gevolgen van de vernietigde bepaling, een praktijk die meer en meer gangbaar wordt in fiscale zaken en waar terecht vraagtekens bij kunnen worden geplaatst. De uitspraak is geen alleenstaand geval en heeft de kwestie opnieuw brandend actueel gemaakt. Deze bijdrage poogt dieper in te gaan op de onderliggende problematiek, door enkele juridische vraagstukken op te helderen en kritische bedenkingen te formuleren over de fiscale jurisprudentie van het Grondwettelijk Hof.
Een inleidend gedeelte (punt 1) gaat summier in op de totstandkoming van de taks op effectenrekeningen en het daaropvolgende vernietigingsarrest. In dit onderdeel wordt ook het actuele belang van het onderwerp uiteengezet. Vervolgens (punt 2) wordt pro memorie stilgestaan bij de handhavingsbevoegdheid van de rechtscolleges uit het Belgische rechtsbestel (het Grondwettelijk Hof en de Raad van State), en van de supranationale rechtscolleges (punt 3) (het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens). Hoewel de nadruk van deze bijdrage op het Grondwettelijk Hof wordt gelegd, vergemakkelijkt deze omschrijving een latere vergelijking tussen rechtscolleges onderling. De wisselwerking tussen nationale en supranationale rechtscolleges maakt een bevoegdheidsomschrijving ook opportuun. Daarna (punt 4) wordt conceptueel, in abstracto, stilgestaan bij de rechtvaardigheidsgronden die het Grondwettelijk Hof frequent aanhaalt in zijn fiscale rechtspraak.
In een volgend onderdeel (punt 5) worden enkele aandachtspunten met betrekking tot de praktische toepassing van de handhavingsbevoegdheid ter attentie van de lezer gebracht, waarbij ook enkele suggesties geformuleerd zullen worden. Daaropvolgend (punt 6) wordt dieper ingegaan op de internrechtelijke mogelijkheden om, preventief, dan wel post factum op te treden tegen een genomen handhavingsbeslissing. Tot slot (punt 7) wordt de handhavingsbevoegdheid van het Grondwettelijk Hof door een (kritische) supranationale bril bekeken, waarna (punt 8) een algemene conclusie geformuleerd wordt.
De volledige publicatie die verscheen in Algemeen Fiscaal Tijdschrift, 2020-4 kan u hier lezen.
Beurstaks op buitenlandse verrichtingen doorstaat ook toets Grondwettelijk Hof
Nadat het Europese Hof van Justitie begin dit jaar reeds uitspraak heeft gedaan over de Belgische beurstaks die verschuldigd is op transacties via buitenlandse tussenpersonen (HvJ 30 januari 2020, C-725/18), heeft het Grondwettelijk Hof op 4 juni haar finale oordeel geveld (GwH 4 juni 2020, nr. 79/2020). Het Hof bevestigt de visie van het Hof van Justitie dat de regeling niet strijdig is met het vrij verkeer van diensten. Bovendien is de regeling ook niet strijdig met het gelijkheidsbeginsel.
Taks op effectenrekeningen – Administratieve circulaire bevestigt de handhaving van de taks voor de referentieperioden 2018 en 2019
Welke acties tot teruggave kunnen nog ondernomen worden?
Het Grondwettelijk Hof heeft bij arrest van 17 oktober 2019 deze taks ongrondwettelijk verklaard doch met handhaving van de gevolgen van de vernietigde wet voor de referentieperiodes die eindigen voor of op 30 september 2019.