Advocaten / Avocats / Lawyers

Home>Jobs>Tiberghien - Banking & Finance

Toon items op tag: Banking & Finance

De vraag of België de jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen (hierna “abonnementstaks”) mag heffen in hoofde van buitenlandse collectieve beleggingsinstellingen (“ICB’s”), en meer specifiek Luxemburgse SICAV’s, onder het betreffende dubbelbelastingverdrag (hierna “DBV”) heeft al veel stof doen opwaaien. In navolging van de ondertussen vaste rechtspraak van het Brusselse hof van beroep, oordeelt nu ook het Gentse hof dat België niet heffingsbevoegd is.

Gepubliceerd in News

In 2019 heeft de wetgever een nieuwe vrijstelling van RV ingevoerd voor zogenaamde spin-off verrichtingen. In een circulaire heeft de fiscale administratie destijds meer toelichting over de toepassingsvoorwaarden gegeven en enkele concrete casussen besproken (Circulaire nr. 2020/C/55 van 20 april 2020). Uit enkele gevallen van de laatste jaren bleek al meteen de moeilijke toepassing van de vrijstelling. Recente rechtspraak bevestigt nu dat het toepassen van de vrijstelling van roerende voorheffing in de praktijk inderdaad niet altijd evident is, gelet op de strenge toepassingsvoorwaarden.

Gepubliceerd in News
Getagged onder

Samenvatting

De Wet van 22 december 2023 hervormde de regels inzake de kaaimantaks op een aantal essentiële punten. Veel van de nieuwe regels zijn in januari 2024 in werking getreden, en zullen in de loop van 2025 voor het eerst in de fiscale aangiftes verwerkt moeten worden.

Inzake ICB’s werd de fonds dédié-bepaling verruimd zodat men onverwacht in de kaaimantaks kan verzeild geraken. Belangrijk is dat dit ook gevolgen heeft voor de toepassing van de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen (JTER). Een andere belangrijke vraag die zich stelt is of de JTER dan meteen moet berekend worden op de totale (gemiddelde) waarde van de via de juridische constructies aangehouden effectenrekeningen, dan wel of men zich kan beperken tot het pro rata aandeel van de Belgische investeerder. Voor zover ons bekend geeft de FOD Financiën zich in deze problematiek niet meteen gewonnen ...

Voortaan geldt de kaaimantaks overigens ook voor juridische constructies die onrechtstreeks worden aangehouden via een entiteit die zelf geen juridische constructie is. Vraag hier is of de uitbreiding van de kaaimantaks tot onrechtstreeks aangehouden juridische constructies ook doorwerkt naar de JTER.

Gepubliceerd in News
Getagged onder

Het wordt al enige tijd aanvaard dat niet-ingekohierde roerende voorheffing kan teruggevorderd worden via een bezwaarschrift (op grond van artikel 366 WIB 1992). Er wordt aangenomen dat de terugvordering dan moet plaatsvinden binnen de in artikel 368 WIB 1992 voorziene termijn van vijf jaar (Com.I.B. 1992, nr. 368/2-4). Het Hof van Cassatie heeft recent geoordeeld (Cass. 21 december 2023, F.22.0056.N) dat de terugvordering ook rechtstreeks voor de rechter kan plaatsvinden en de uitputtingsvereiste van een administratief beroep dus niet geldt. Het Hof verwerpt daardoor de cassatievoorziening die tegen een arrest van het hof van beroep te Gent door de fiscus werd ingesteld. 

Gepubliceerd in News

Het Grondwettelijk Hof heeft deze namiddag zijn langverwachte arrest bekendgemaakt inzake de (on)grondwettelijkheid van de jaarlijkse taks op effectenrekeningen zoals geïntroduceerd bij wet van 17 februari 2021.

Gepubliceerd in News

Een weinig in het oog springende begrotingsmaatregel met bijkomende taksen voor de financiële sector kan voor een sneeuwbal aan bijkomende taksen zorgen ten laste van de Belgische gereglementeerde beleggingsvennootschappen.

Gepubliceerd in News
Getagged onder

De Jaarlijkse Taks op de Effectenrekeningen (hierna: “JTER”) is (o.a.) van toepassing op in België aangehouden effectenrekeningen, zelfs indien deze aangehouden worden door niet-inwoners.

Gepubliceerd in News

De Jaarlijkse Taks op de Effectenrekeningen (hierna: “JTER”) is (o.a.) van toepassing op in België aangehouden effectenrekeningen, zelfs indien deze aangehouden worden door niet Belgische residenten/titularissen.

Zowel de wetgever als de administratie hadden de mogelijke uitwerking van een dubbelbelastingverdrag erkend, zodat vermelde effectenrekeningen en hun buitenlandse titularissen alsnog niet aan belasting onderworpen zouden worden (een beperking van de heffingsbevoegdheid van België).

Een centrale voorwaarde was uiteraard dat er een dubbelbelastingverdrag voorhanden was dat effectief ingeroepen kan worden door de titularis én dat het verdrag zich ook uitstrekte tot o.a. aspecten van vermogensbelasting.

In de administratieve FAQ (laatst gewijzigd per 27 januari 2022) werd een overzicht bijgevoegd dat per land een indeling maakte of België de JTER kon geheven worden of niet. Deze opdeling werd gemaakt op basis van een analyse of het toepasselijke dubbelbelastingverdrag van toepassing was op vermogensbelastingen of niet. De JTER wordt in toepassing van dubbelbelastingverdragen zowel door de wetgever als administratie erkend als een vermogensbelasting.

Op basis van de nog steeds actuele versie van de administratieve FAQ kan men nog steeds Luxemburg terugvinden als verdrag dat een toepassing van de JTER verhindert.

De analyse was dat Luxemburg de exclusieve heffingsbevoegdheid op vermogen exclusief toekent aan de woonstaat: dus het verdrag verhindert de toepassing van de JTER op in België door Luxemburgse residenten (natuurlijke personen, rechtspersonen, …) aangehouden effectenrekening.

Tot voor kort was er dus geen discussie over dit principe.

Echter, hebben twee recente arresten van het Belgische Hof van Cassatie m.b.t. de zgn. jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen (ook wel naar gerefereerd als “abonnementstaks”) deze redenering in vraag doen stellen.

Zo heeft in eerste instantie de Franstalige kamer van het Hof van Cassatie op 25 maart 2022 geoordeeld dat de jaarlijkse taks op collectieve beleggingsinstellingen geen vermogensbelasting zou uitmaken, waardoor bijgevolg het verdrag de heffing niet zou verhinderen. Gelet op de inhoudelijke overwegingen van het Hof, kan de uitkomst van dit arrest evenwel met stevige kritiek onthaald worden.

Op 21 april 2022 heeft de Nederlandstalige kamer van het Hof van Cassatie evenwel een tweede arrest geveld dat deze keer vermelde jaarlijkse taks op collectieve beleggingsinstellingen wél kwalificeert als vermogensbelasting (~ volgen wie volgen kan), maar dat het verdrag met Luxemburg slechts een exhaustieve opsomming zou bevatten van welke types vermogensbelastingen gedekt zouden zijn door het verdrag. Aangezien de jaarlijkse taks op collectieve beleggingsinstellingen niet in deze limitatieve lijst voorkomt, kon België dus wel degelijk overgaan tot taxatie, althans volgens het Hof.

"De Belgische administratie blijkt nu haar standpunt te willen herzien en aldus in België door Luxemburgse residenten aangehouden effectenrekeningen alsnog te willen onderwerpen aan belastingen"

Hoewel ook het Nederlandstalige arrest zeker niet zonder kritiek is en tegenargumenten gevonden kunnen worden, heeft men nu op korte termijn twee arresten die de heffingsbevoegdheid van België toelaten, althans met betrekking op de jaarlijkse taks op collectieve beleggingsinstellingen.

De JTER vertoont grote gelijkenissen met de jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen, waardoor al enige tijd gevreesd werd voor een gevolgtrekking uit vermelde Cassatie arresten. Immers ook de JTER komt niet voor op de – in de visie van het Hof van Cassatie – limitatieve lijst van het dubbelbelastingverdrag België – Luxemburg.

Dit laatste blijkt nu het geval te zijn. De Belgische administratie blijkt nu haar standpunt te willen herzien en aldus in België door Luxemburgse residenten aangehouden effectenrekeningen alsnog te willen onderwerpen aan belastingen. Dit is een duidelijke afwijking van haar eerdere standpunt opgenomen in vermelde FAQ.

Deze wijziging van het administratieve standpunt heeft niet enkel gevolgen voor de Luxemburgse natuurlijke persoon met een in België aangehouden effectenrekening, maar ook voor elke rechtspersoon (bv. de populaire soparfi) of enige andere instelling (bv. een Luxemburgse verzekeringsonderneming in het kader van haar tak-23 verzekeringsactiviteiten) die in België effectenrekeningen aanhoudt.

Vanzelfsprekend werpt dit nieuwe problemen op te meer de eerste referentieperiode reeds geëindigd is (30 september 2021) en de tweede referentieperiode ook al voor de helft overschreden is.

Het Nederlandstalig dossier is bovendien doorverwezen naar het Hof van Beroep van Gent. De Fiscus handelt bijgevolg voorbarig.

Uiteraard staan wij steeds ter beschikking voor verdere vragen en/of opmerkingen.

Gepubliceerd in News

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

'Wij laten ons als burgers te gemakkelijk aanpraten dat wij ethisch moeten reflecteren in het belang van de overheid', zegt Koen Van Duyse, partner van Tiberghien Advocaten.

Vorige week was het na twee covid-jaren eindelijk weer zover: ons jaarlijkse congres waarop meer dan honderd fiscale professionals de waan van de dag even achter zich laten om naar de fundamenten van de fiscaliteit op zoek te gaan. We hadden professor Anne Van de Vijver van de Universiteit Antwerpen gevraagd ons te laten nadenken over belastingen en ethiek. Na het theoretisch kader bracht zij ook de resultaten van een onderzoek uitgevoerd bij ieder van ons. Ik deel enkele resultaten met u.

Stel dat u een accountant, een fiscaal advocaat of een interne fiscalist van een grote onderneming bent en u wordt gevraagd de jaarlijkse belastingaangifte op te maken en in te dienen. Eén van de aspecten is het al dan niet toepassen van een groot eenmalig fiscaal voordeel voor een nieuw productieproces. Een voorwaarde om dat voordeel te kunnen genieten, is dat de investering voor het einde van het vorige jaar in gebruik moest zijn genomen. In de donkere kerstdagen reed u 's morgens en 's avonds voorbij de fabriek en er brandde nooit licht. U hebt dus ernstige twijfels of alles wel operationeel was voor 1 januari. U ondervraagt de financieel directeur daarover en na lang aandringen krijgt u van de raad van bestuur uiteindelijk de schriftelijke bevestiging dat vorig jaar alles klaar was, in strijd met uw eigen waarnemingen. Wat nu? Niet onbelangrijk: als het fiscaal voordeel niet kan worden toegepast, gaat de onderneming failliet en staan 5.000 werknemers op straat. U hebt het lot van veel gezinnen in uw handen. De wet en uw eigen vaststellingen volgen, leidt tot familiale drama's. De geest van de wet en de cliënt volgen, leidt tot een lagere opbrengst voor de schatkist.
 

In tegenstelling tot wat uit internationale studies blijkt, was er geen significant genderonderscheid. Doorgaans zijn vrouwen wetsconformer dan mannen, maar niet in deze peiling. Er was wel een opmerkelijk onderscheid naar leeftijd en ervaringsniveau.

De grote meerderheid van de ouderen weigert de opdracht. Bij ouderen wordt de ethische intentie bepaald door de wetgeving. Zijn jongeren daarentegen normlozer, durven ze minder in te gaan tegen wat een cliënt wil of spelen financiële motieven een rol? De spreuk 'wiens brood men eet, diens woord men spreekt' gaat niet op voor die groep die onafhankelijk van die ene cliënt betaald wordt. Het voornaamste motief van de jonge mensen om de aangifte vooralsnog in te dienen, was het lot van de 5.000 werknemers en hun familie, en het feit ingedekt te zijn door een schriftelijk 'bewijs'. De gedachte speelde mee dat de kosten van de werkloosheid en de minderontvangsten uit de personenbelasting misschien een groter gat in de schatkist zouden slaan dan de lagere vennootschapsbelasting.
 
Het onderzoek bevatte ook testvragen. Eén vraag had tot doel de anarchisten uit te sluiten, die hun gedrag voornamelijk laten bepalen door het zich afzetten tegen een inhoudsloze overheid. Dat was meer aanwezig bij de oudere dan bij de jongere generatie. Waarschijnlijk is daarbij de levenservaring doorslaggevend. Want ligt de bestaansreden van het ethisch dilemma niet bij de overheid zelf? Wie haalt het in zijn hoofd de ingebruikname van een nieuw procedé op 31 december een voordeel te geven en op 1 januari niet meer. Willekeur.
 
Wij laten ons als burgers te gemakkelijk aanpraten dat wij ethisch moeten reflecteren in het belang van de overheid. Om het ethisch gedrag van de overheid en haar vertegenwoordigers wordt in een wijde boog heen gegaan. Is een ongebreidelde uitgavendrift de juiste norm? Minder uitgaven zouden minder belastingen vereisen. Een belastingdruk van meer dan 50 procent en ongeplafonneerde sociale bijdragen zijn er mee de oorzaak van dat de onderneming niet verder kan zonder het fiscaal voordeel. Volgend jaar zijn de beleidsmakers welkom op ons congres met een onderzoek over hun ethische dilemma's.
 

Trouwens, wat zou u doen? 

 

Dit artikel verscheen op 22/03/2022 voor Trends Money Talk. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications
Pagina 1 van 9
Tiberghien Brussels

Tour & Taxis

Havenlaan|Avenue du Port 86C B.419
BE-1000 Brussels

T +32 2 773 40 00

F +32 2 773 40 55

info@tiberghien.com

Tiberghien Antwerp

Grotesteenweg 214 B.4
BE-2600 Antwerp

T +32 3 443 20 00

F +32 3 443 20 20

info@tiberghien.com

Tiberghien Ghent

Kortrijksesteenweg 1071 B 0801
BE-9051 Gent

T +32 9 216 18 00

info@tiberghien.com

Tiberghien Hasselt

Torenplein 7 B13.1
BE-3500 Hasselt

T +32 11 57 00 13

info@tiberghien.com

Tiberghien Luxembourg

23, Boulevard Joseph II
LU-1840 Luxembourg

T +352 27 47 51 11

F +352 28 66 96 58

info@tiberghien.com