Toon items op tag: Banking & Finance
Belgische rechtspraak over belastingvrijstelling op buitenlandse spaardeposito’s gunstig voor belastingplichtige
De Belgische rechtspraak heeft zich recent opnieuw uitgesproken over belastingvrijstelling op buitenlandse spaardeposito’s. Volgens de rechtspraak kunnen buitenlandse spaarboekjes ook in aanmerking komen voor de belastingvrijstelling onder artikel 21,5° WIB – zelfs indien niet voorzien is in een dubbele vergoedingsstructuur.
Geen of onvoldoende RV inhouden kan leiden tot een verhoogde belastbare grondslag van de RV
In principe wordt de roerende voorheffing economisch gedragen door de genieter van het inkomen. De RV die echter ten laste valt van de schuldenaar van het inkomen, ter ontlasting van de verkrijger van de inkomsten, wordt daarom aan het bedrag van die inkomsten toegevoegd voor de berekening van de RV.
Deze zgn. “brutering” van de belastbare grondslag veronderstelt klassiek het bewijs van de verbintenis van de schuldenaar van de inkomsten om de RV ten laste te willen nemen, ook in het geval geen of ontoereikende RV werd ingehouden. Recente rechtspraak lijkt nu vrij snel te aanvaarden dat er sprake is van (een verbintenis van) tenlasteneming door de schuldenaar, met een verhoogde – gebruteerde – belastbare grondslag van de RV tot gevolg.
Circulaire bespreekt concrete gevallen van de vrijstelling RV voor “spin-off” verrichtingen
Vorig jaar heeft de wetgever een nieuwe vrijstelling van RV ingevoerd voor zogenaamde spin-off verrichtingen. Corporate actions zorgen al langer voor onbillijke fiscale gevolgen voor particuliere beleggers. De wetgever heeft aan bepaalde van deze onbillijke situaties een einde gesteld. De fiscale administratie heeft in een recente circulaire meer toelichting gegeven, en heeft meteen ook enkele concrete voorbeelden van de laatste jaren gegeven. Hieruit blijkt meteen ook de moeilijke toepassing van de vrijstelling.
Fiscale hervorming in Zwitserland: quid recht op DBI-aftrek bij een Belgische corporate aandeelhouder?
Opdat dividenden in aanmerking komen voor DBI-aftrek is onder meer vereist dat de dochter niet gevestigd is in een land waar de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk gunstiger zijn dan in België (artikel 203, § 1, 1° WIB). De gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen worden geacht aanzienlijk gunstiger te zijn dan in België, wanneer hetzij, het gemeenrechtelijk nominaal tarief op de winsten van de vennootschap, lager is dan 15%; hetzij, gemeenrechtelijk, het tarief dat met de werkelijke belastingdruk overeenstemt, lager is dan 15%. De gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen die van toepassing zijn op vennootschappen gevestigd in een Lidstaat van de Europese Unie worden geacht niet aanzienlijk gunstiger te zijn dan in België.
DIVERSE TAKSEN (T.O.B., T.E.R., abonnementstaks op ICB’s, taks op verzekeringspremies, ...) - nieuwe rekeningen voor de betaling van de taksen.
Voor alle aangiften betreffende deze taksen die na 1 juni 2020 worden ingediend, zal de betaling moeten gebeuren op nieuwe rekeningen van de FOD Financiën. Voortaan moet elke belasting op een specifiek toegewezen rekening worden betaald.
Er zullen negen verschillende rekeningen zijn. De dienst die verantwoordelijk is voor de ontvangst van de aangiften en de betalingen blijft ongewijzigd.
U vindt een overzicht door op deze hyperlink te klikken.
We blijven beschikbaar voor verdere informatie.
Abonnementstaks naar Wetboek Diverse Rechten en Taksen
Deze verplaatsing van wetboek heeft een grotere impact dan op het eerste gezicht zou lijken. De verplaatsing van de abonnementstaks van het W.Succ. naar het WDRT verkort immers de verjaringstermijn en beperkt de stuitingsmogelijkheden in hoofde van de belastingplichtige. Uit de parlementaire voorbereidingen kan echter niet afgeleid worden dat de wetgever werkelijk de intentie had om de verjaringstermijn te verkorten en de stuitingsmogelijkheden te beperken.
Abonnementstaks – nieuwe formulieren voor aangifte en vraag teruggave
Belgische collectieve beleggingsinstellingen en verzekeringsondernemingen dienen jaarlijks een taks (hierna “abonnementstaks”) van 0,0925% te betalen op het totaal van de netto uitstaande bedragen. Deze taks wordt eveneens geheven ten aanzien van collectieve beleggingsinstellingen naar buitenlands recht die op de lijst van de FSMA ingeschreven zijn.
Belgisch rapport n.a.v. het 73ste IFA-Congres te London, U.K. (9-12 september 2019) (Investment funds)
Voor de Belgische inkomstenbelastingen moeten niet-transparante fondsen (beleggingsvennootschappen met rechtspersoonlijkheid) worden onderscheiden van transparante fondsen. Binnen de categorie van de Belgische publieke beleggingsvennootschappen zijn er de UCITS fondsen (met EU-paspoort), de alternatieve publieke beveks en de Belgische publieke privaks. De Belgische institutionele bevek is enkel toegankelijk voor “in aanmerking komende beleggers” (fysieke personen vallen hier niet onder).
De private privak is een private beleggingsvennootschap voor belegging in niet-genoteerde bedrijven, en mag geen openbaar bod doen m.b.t. de door haar uitgegeven aandelen. De vastgoedbevak, de gespecialiseerde vastgoedbeleggings- fondsen en de gereglementeerde vastgoedvennootschappen beogen investeringen in vastgoed.
Lees hier het volledige artikel dat verscheen in Tijdschrift voor Fiscaal Recht, 573.
Beurstaks op buitenlandse verrichtingen doorstaat Europese toets
Het Europese Hof van Justitie heeft vandaag uitspraak gedaan over de Belgische beurstaks die verschuldigd is op transacties via buitenlandse tussenpersonen (HvJ 30 januari 2020, C-725/18). Het Hof oordeelt dat er weliswaar sprake is van een ongelijke behandeling, doch dat deze verantwoord is door redenen van algemeen belang. Bijgevolg is de regeling niet strijdig met het vrij verkeer van dienstverlening. Het Grondwettelijk Hof zal wel nog haar finaal oordeel moeten vellen.
'Heffing op sparen' en rechten verworven vóór 2018 : fiscus volgt minister
In een circulaire van 25 september 2019 schept de Administratie duidelijkheid over het toepassingsgebied van de 'heffing op het sparen' wat bepaalde 'alternatieve instellingen voor collectieve belegging' (AICB's) betreft : de circulaire bevestigt dat deze AICB's pas onder het toepassingsgebied van de heffing vallen sinds de wetswijziging van eind 2017 (circulaire 2019/C/95). De Administratie legt zich op deze manier neer bij het antwoord van de minister van Financiën op een parlementaire vraag van eerder dit jaar.
Lees hier de volledige publicatie die verscheen in Fiscoloog 1627.