Toon items op tag: Vat, customs & excise duties
Update verlaagd btw-tarief 6% afbraak en heropbouw - lang verwachte circulaire gepubliceerd
We verwijzen naar onze eerdere publicaties (cfr. hier en hier) over de tijdelijke uitbreiding van het 6% btw-tarief voor afbraak en heropbouw projecten.
Er was aangekondigd dat er een bijkomende circulaire zou worden gepubliceerd in combinatie met een update van de FAQ-lijst. Hierin zouden een aantal openstaande discussiepunten over de toepassing van het verlaagd tarief worden opgelost.
De circulaire werd nu gepubliceerd op fisconetplus (link). In essentie worden in deze circulaire de reeds gepubliceerde FAQ’s nader uitgewerkt. Evenwel worden niet alle vragen behandeld die wij momenteel in de praktijk zien.
Update verlaagd btw-tarief 6% afbraak en heropbouw- FAQ gepubliceerd : enkele aandachtspunten
Het wetsontwerp ter invoering van het verlaagd btw-tarief van 6% voor afbraak en heropbouw werd op 17 december 2020 officieel goedgekeurd door de Kamer. Met ingang van 1 januari 2021 tot 31 december 2022 zullen de nieuwe regels voor het verlaagd tarief gelden voor het volledige Belgische grondgebied (voor meer details, zie onze eerdere nieuwsbrief).
Wetsontwerp betreffende de werking van het Europees Openbaar Ministerie in België – Wat betekent dat voor douane?
Met het wetsontwerp van 14 december 2020 houdende diverse bepalingen inzake justitie1 zet België de eerste stap om haar (straf-)wetgeving in overeenstemming te brengen met de Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (EOM)2.
Het EOM is een onafhankelijke supranationale autoriteit die instaat voor het onderzoeken, vervolgen en voor de rechter brengen van strafbare feiten die de financiële belangen van de Europese Unie (EU) schaden. Het EOM is georganiseerd op twee niveaus:
- Het centrale niveau in Luxemburg, bestaande uit de Europese hoofdaanklager en de Europese aanklagers die zetelen in het College en de Permanente Kamers. Zij zijn voornamelijk belast met beleidsbeslissingen en het opvolgen en monitoren van de lopende onderzoeken en strafvervolgingen.
- Het decentrale niveau, bestaande uit de gedelegeerde Europese aanklagers, die in de verschillende deelnemende lidstaten, in samenwerking met de nationale autoriteiten en volgens het nationale recht de eigenlijke onderzoeken en strafvervolgingen voeren.
De misdrijven waarvoor het EOM bevoegd is, zijn omschreven in de richtlijn (EU) 2017/1371 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (“PIF-richtlijn”)3.
De meeste douanemisdrijven die een douaneschuld doen ontstaan, vallen onder die richtlijn. De Memorie van Toelichting geeft als voorbeelden: de verkeerde aangifte inzake douanevervoer (artikel 115, § 1 AWDA4, de vaststelling na het afsluiten van het certificaat van verificatie van het bestaan van een douaneschuld ontstaan ingevolge een strafrechtelijk vervolgbare handeling (artikel 202, § 2 AWDA), in- en uitvoer zonder aangifte (artikel 220, § 2 AWDA), aangifte onder een verkeerde benaming (artikel 236 AWDA), de onvolledige aangifte (artikel 237 AWDA), niet-naleving van de voorwaarden die de toekenning van een gunstiger belastingregime zouden rechtvaardigen (artikel 256 AWDA), het geven van een andere bestemming dan die vermeld op de douanedocumenten (artikel 257, § 3 AWDA) en het gebruik van valse, onjuiste of onvolledige documenten met het opzet om de douane te bedriegen (artikel 259 AWDA).
Aangezien de douaneadministratie, onder de huidige Belgische wetgeving, bij dergelijke douanemisdrijven exclusief bevoegd is voor het instellen van de vordering tot betaling van geldboeten, verbeurdverklaring of het sluiten van fabrieken, rijst de vraag hoe het EOM zich zal verhouden tot de Belgische douaneadministratie.
Met het voorliggende wetsontwerp wil de Belgische regering een afzonderlijk en onafhankelijk (“sui generis”) parket creëren voor het decentrale niveau van het EOM in België. Wat betreft de verhouding tot de douaneadministratie, kiest het wetsontwerp voor het behouden van de huidige bevoegdheden, mits enkele aanpassingen.
Overeenkomstig het wetsontwerp, wordt in de AWDA een nieuw Hoofdstuk XXVbis toegevoegd met de titel “Europees Openbaar Ministerie” dat de samenwerking tussen de douaneadministratie en Belgische gedelegeerde Europese aanklagers behandelt.
Concreet zal er één douaneambtenaar aangewezen worden die verbonden zal zijn met het EOM. Volgens het wetsontwerp zal deze ambtenaar onafhankelijk zijn van zijn oorspronkelijke administratie en zal hij samenwerken met het EOM voor het handhaven van douanemisdrijven die onder de bevoegdheid van het EOM vallen.
De aangewezen douaneambtenaar zal instaan voor het onderzoek en het beheer van de procedures (vervolging én invordering). Hiervoor behoudt hij alle bevoegdheden die de AWDA toekent aan de douaneadministratie.
Wel zal hij bij het uitoefenen van die bevoegdheden ondergeschikt zijn aan het EOM. Zo dient het steeds het EOM te zijn dat beslist over het instellen van een strafvordering of het afsluiten van het onderzoek zonder verder gevolg. Ook kan de aangewezen douaneambtenaar niet zelf overgaan tot het voorstellen van een minnelijke schikking en moet hij bij het nemen van iedere onderzoeks- of andere maatregel het EOM onverwijld in kennis stellen. De aangewezen douaneambtenaar kan aan het einde van het onderzoek weliswaar een aanbeveling doen voor het verdere verloop van het dossier, maar de beslissing zou bij het EOM moeten liggen.
Het algemeen principe is bovendien dat de aangewezen ambtenaar zijn taken vervult volgens de richtlijnen van het EOM en niet volgens de instructies van zijn oorspronkelijke administratie. Hij dient immers onafhankelijk te zijn. De douaneadministratie kan zich daarom niet verzetten tegen een handeling van de aangewezen douaneambtenaar wanneer die een besluit van het EOM ten uitvoer legt. Indien het EOM zijn bevoegdheid echter niet kan of wil uitoefenen, krijgt de douaneadministratie terug de volledige vervolgingsbevoegdheid met betrekking tot de vermeende douane-inbreuk.
Hoewel het wetsontwerp hiermee duidelijke regels voor de interactie tussen de twee autoriteiten wil vastleggen, is het nog afwachten hoe het strafonderzoek en de strafvervolging inzake douane er in de toekomst concreet uit zal zien.
Zal de aangewezen douaneambtenaar daadwerkelijk onafhankelijk zijn van zijn oorspronkelijke administratie? Zullen inhoudelijke beslissingen inderdaad door het EOM genomen worden of zullen zij in de praktijk toch gedreven blijven door de douaneadministratie? Zal het afsluiten van minnelijke schikkingen onder de nieuwe regels moeilijker worden? Wellicht zullen de definitieve wet en de praktische uitwerking van die nieuwe regels pas antwoord op deze vragen bieden.
Jurgen Gevers - Counsel Tiberghien (jurgen.gevers@tiberghien.com)
Ward Lietaert - Associate Tiberghien (ward.lietaert@tiberghien.com)
Ana Laura Claes - Associate Tiberghien (analaura.claes@tiberghien.com)
1Parl. St. Kamer 1696/001.
2PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1–71.
3PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29–41.
4Algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen, B.S., 21 september 1977.
Het Hof van Justitie doet uitspraak over de verhoging van de douanewaarde met de ontwikkelingskost van software die kosteloos ter beschikking wordt gesteld (BMW – zaak 509/19)
Soms dient de transactiewaarde van de ingevoerde goederen te worden verhoogd met de ontwikkelingskosten van software, die de koper kosteloos aan zijn leverancier ter beschikking stelt. Dit is met name het geval indien de software wordt geïnstalleerd in het derde land met het oog op de werking van het ingevoerde goed, maar op zich niet noodzakelijk is voor de productie van het ingevoerde goed. Het is daarbij zonder belang dat de software in de Europese Unie is ontwikkeld.
Webinar 'Tijdelijke Uitbreiding van het 6% btw-tarief voor afbraak en heropbouw'
We danken u voor uw interesse en/of aanwezigheid. Voor meer info over dit onderwerp kan u terecht bij de sprekers.
Sprekers
Stijn Vastmans Stein De Maeijer
Documentatie
Klik hier voor de presentatie 'Tijdelijke Uitbreiding van het 6% btw-tarief voor afbraak en heropbouw' van Tiberghien.
We verwijzen ook u graag door naar het artikel over dit onderwerp dat eerder op onze website verscheen.
Omwille van privacyredenen werd er besloten om geen opname van het webinar te maken.
Het Hof van Justitie interpreteert het “gebruik” van goederen bij het tenietgaan van de douaneschuld (Combinova - case C-476/19)
Een douaneschuld bij invoer ontstaat door niet-naleving van de verplichting om de regeling actieve veredeling tijdig aan te zuiveren. Die douaneschuld gaat teniet wanneer is aangetoond dat de goederen niet zijn gebruikt of verbruikt en het douanegebied van de Unie hebben verlaten. Er is geen sprake van “gebruik” wanneer de goederen uitsluitend de veredelingen hebben ondergaan waarvoor de douaneautoriteiten een vergunning hebben verleend in het kader van de regeling actieve veredeling.
Btw: tijdelijke uitbreiding 6% tarief afbraak en heropbouw
Uitbreiding tot het volledige grondgebied én tot verkopen maar ook belangrijke beperkingen
Binnen de Ministerraad is men tot een akkoord gekomen over de uitbreiding van het 6% tarief voor afbraak en heropbouw. We vatten hieronder de voornaamste elementen van dit akkoord samen, dit onder voorbehoud van eventuele aanpassingen tijdens het wetgevend proces.
Webinar – Update rechtspraak douane & accijnzen
Gevolgen, risico’s en opportuniteiten
Het Hof van Justitie van de Europese Unie verzekert de eenvormige interpretatie van het douane- en accijnsrecht. Haar rechtspraak is van belang voor de praktijk van iedere onderneming die met internationale handel in contact komt.
In een beknopt en praktisch webinar loodsen onze specialisten u door de voornaamste arresten van 2020 en overlopen zij met u de belangrijkste praktische gevolgen, risico’s en opportuniteiten van deze rechtspraak. Waar relevant maken zij ook de link met de rechtspraak van de Belgische rechtscolleges.
Onder meer de volgende vragen komen aan bod:
- Behoren royalty’s steeds tot de douanewaarde?
- Hoe wordt de douanewaarde bepaald bij de invoer van elektronisch producten die zijn uitgerust met software?
- Wanneer is een herziening van een douaneaangifte mogelijk?
- Is de veroordeling tot betaling van de tegenwaarde van verbeurdverklaarde goederen een straf of niet?
Meer informatie vindt u hier.
Inschrijven voor dit webinar kan via mail aan anne.devos@tiberghien.com
Btw-aftrek bij gemengde belastingplichtigen
De uitoefening van het recht op btw-aftrek door gemengde btw-belastingplichtigen is doorheen de jaren uitgebreid aan bod gekomen in de rechtspraak op Europees en nationaal niveau alsook in de administratieve richtlijnen van de Belgische btw-administratie. Met dit artikel wensen de auteurs, zonder de pretentie te hebben volledig te zijn, bij wijze van opfrissing en update een overzicht te geven van de belangrijkste principes die gelden voor gemengde btw-belastingplichtigen.
Lees hier de uitgebreide doctrine door Stijn De Maeijer en Loulou Geboers. Een publicatie die verscheen in Tijdschrift voor Fiscaal Recht, nr. 585
Btw-aftrek makelaars- en publiciteitskosten gesplitste verkoop: Hof van Justitie verduidelijkt
In de vastgoedsector is het courante praktijk dat een bouwpromotor een project realiseert op gronden die eigendom zijn van een andere vennootschap. Bij verkoop aan derden draagt de grondvennootschap de grondaandelen over (onder registratiebelasting) terwijl de bouwpromotor de opstallen verkoop met toepassing van de btw (zgn. gesplitste verkopen).