Toon items op tag: Kaaimantaks
Nieuwe regels onder de kaaimantaks 2.1 kunnen leiden tot nevenwerkingen en acute hoofdpijn voor de (passieve) belegger
Er raast een spook door het land: het spook van de kaaimantaks 2.1. De Wet van 22 december 2023 hervormde de regels inzake de kaaimantaks op een aantal essentiële punten. Voortaan geldt de kaaimantaks ook voor juridische constructies die onrechtstreeks worden aangehouden via een entiteit die zelf geen juridische constructie is. Inzake ICB’s werd de fonds dédié-bepaling verruimd zodat men ook hier stoemelings en “zich van geen kwaad bewust” in de kaaimantaks kan verzeild geraken. Belangrijk is dat de kaaimantaks ook gevolgen heeft voor de toepassing van de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen (JTER). Vraag hier is of de uitbreiding van de kaaimantaks tot onrechtstreeks aangehouden juridische constructies ook doorwerkt naar de JTER. Een andere belangrijke vraag die zich stelt is of de JTER dan meteen moet berekend worden op de totale (gemiddelde) waarde van de via de juridische constructies aangehouden effectenrekeningen, dan wel of men zich kan beperken tot het pro rata aandeel van de Belgische investeerder.
(Aandeelhouders van) vennootschapsgroepen: opgelet voor nieuwe CFC- en kaaimantaksregels
De Belgische wetgever heeft op 22 december 2023 twee fiscale regimes significant aangepast: (i) de CFC-regels van toepassing op belastingplichtigen onderworpen aan vennootschapsbelasting (“Controlled Foreign Corporations”) en (ii) de kaaimantaksregels van toepassing op particulieren die inwoner van België zijn (en op entiteiten onderworpen aan de rechtspersonenbelasting). Beide wijzigingen kunnen de administratieve verplichtingen en de belastingdruk van internationaal actieve groepen met een Belgische holdingaanwezigheid en/of van Belgische aandeelhouders van internationaal actieve groepen sterk verzwaren. De nieuwe CFC-regels zijn al in werking getreden. Ze zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2024 (boekjaren eindigend op of na 31 december 2023). De aangepaste kaaimantaksregels zijn van toepassing vanaf 1 januari 2024, dus ze kunnen entiteiten treffen die op dit moment reeds aanwezig zijn binnen de groep. We raden dus aan om zo snel mogelijk actie te ondernemen en te onderzoeken of er een risico is op toepassing van deze complexe regimes.
Kaaimantaks 2.1. Nieuwe tanden of vals gebit? Een eerste update aan de hand van het WO zoals finaal ingediend bij het parlement.
VOORBEHOUD : Deze nieuwsbrief is slechts een eerste korte weergave van wederom een zeer complex ontwerp van aanpassing van de kaaimantaks. Verdere analyse is aangewezen.
Dit is een update van de eerdere nieuwsbrief op deze site de u nog steeds kan raadplegen via deze link.
Het ontwerp van programmawet - dat door de regering op 23 november 2023 werd ingediend in het parlement en inmiddels werd gepubliceerd op 28 november 2023 op de website van de Kamer - na een vrij kritisch advies van de Raad van State, stelt een heel aantal wijzigingen aan de kaaimantaks voor om ervoor te zorgen – naar eigen zeggen - dat er een aantal ‘achterpoortjes’ worden gesloten. Ondanks de aangescherpte kaaimantaks 2.0 blijven er volgens het wetsontwerp nog een aantal knelpunten in de wetgeving, zijdens de fiscus dan, die het Rekenhof in haar recente verslag van april 2023 ook heeft aangehaald. Een aantal van de nieuwe maatregelen roepen echter dadelijk bijkomende vragen op daar zij afbreuk doen aan de interne logica van de kaaimantaks. Door tijdsgebrek kon de Raad van State al deze maatregelen niet deftig toetsen noch van commentaar voorzien. Het blijft echter nog ten zeerste de vraag of dit alles de toets van het Grondwettelijk hof zal doorstaan. De kaaimantaks leidt hiermee immers nog meer dan voorheen tot een onlogische en arbitraire taxatie. Bovendien valt het op dat het wetsontwerp zeer eenzijdig 'in het voordeel van de fiscus’ is en totaal niet tegemoet komt aan de talrijke bezorgdheden zijdens de belastingplichtige die reeds werden geuit in de doctrine terzake.
Kaaimantaks 2.1, nieuwe tanden of vals gebit?
Het wetsontwerp dat werd goedgekeurd op de Ministerraad van vrijdag 27 oktober 2023 stelt een heel aantal wijzigingen aan de kaaimantaks voor om ervoor te zorgen – naar eigen zeggen - dat er een aantal ‘achterpoortjes’ worden gesloten. Ondanks de aangescherpte kaaimantaks 2.0 blijven er volgens het wetsontwerp nog een aantal knelpunten in de wetgeving, zijdens de fiscus dan, die het Rekenhof in haar recente verslag van april 2023 ook heeft aangehaald. Een aantal van de nieuwe maatregelen roepen echter dadelijk bijkomende vragen op daar zij afbreuk doen aan de interne logica van de kaaimantaks. Het is nog ten zeerste de vraag of dit alles de toets van de Raad van State en eventueel het Grondwettelijk hof zal doorstaan. De kaaimantaks leidt hiermee immers nog meer dan voorheen tot een onlogische en arbitraire taxatie. Bovendien valt het op dat het wetsontwerp zeer eenzijdig 'in het voordeel van de fiscus’ is en totaal niet tegemoet komt aan de talrijke bezorgdheden zijdens de belastingplichtige die reeds werden geuit in de doctrine terzake .
Werking kaaimantaks blijft behouden onder nieuw Nederlands-Belgisch verdrag
De wisselwerking van de Belgische kaaimantaks met de verschillende door België afgesloten dubbelbelastingverdragen is in de praktijk al enige jaren voorwerp van discussie. De vraag rijst nu of er voor oprichters van Nederlandse entiteiten in scope van de Belgische kaaimantaks iets wijzigt n.a.v het nieuwe dubbelbelastingverdrag.
Nieuwsflits: Rechtbank Antwerpen vijlt (opnieuw) de scherpe tanden van de kaaimantaks bij voor wat betreft de boete van 6.250 EUR
In een reeks van opeenvolgende vonnissen werd door verschillende rechtbanken geoordeeld dat de rechter de fiscale administratieve boete van 6.250,00 EUR wegens het niet-naleven van de aangifteplicht voor juridische constructies in de aangifte personenbelasting kan matigen en zelfs kan kwijtschelden. Ook het Grondwettelijk Hof oordeelde eerder in haar arrest van 14 oktober 2021 in die zin, t.w. dat deze fiscale administratieve geldboete in strijd is met de Grondwet voor zover de fiscale rechter niet de bevoegdheid heeft om uitstel van de boete toe te staan, terwijl de strafrechter die bevoegdheid wel heeft. Zie hiertoe ook het gepubliceerd artikel van onze collega’s zoals verschenen op 10 november 2021. Er moet worden benadrukt dat deze boete van 6.250,00 EUR forfaitair is vastgelegd en dat er in beginsel dus geen rekening kan worden gehouden met de feiten eigen aan het dossier ter bepaling van het bedrag van de boete. Dergelijke forfaitaire boete die jaarlijks en per niet aangegeven juridische constructie kan worden opgelegd is in vele gevallen dan ook uiterst onredelijk te noemen, zeker gelet op de vele onduidelijkheden en interpretatievragen die er nog bij de kwalificatie van een entiteit als een juridische constructie rijzen.
Deze trend in de rechtspraak wordt opnieuw bevestigd in een recent vonnis van de REA Antwerpen van 14 februari 2022. Opmerkelijk in dit vonnis is echter wel de bewijslast die de rechter schijnt te vereisen voor het leveren van het tegenbewijs van de 15%-taxatie drempel.
Het nieuwe Frans-Belgisch verdrag geeft de Kaaimantaks vrij spel
De toepassing van de Kaaimantaks in een Frans-Belgische context heeft reeds het voorwerp uitgemaakt van verschillende bijdragen, met name aangaande de translucide SCI en de zogenaamde sociétés civiles portefeuilles (“SCP”).
Kaaimantakssaga over trusts: wetgever grijpt in
Na de vernietiging van een deel van de kaaimantaksregeling door het Grondwettelijk Hof was de wetgever wel verplicht in te grijpen. Maar in feite blijft de essentie van de bestaande regeling (van vóór de vernietiging) overeind. Het onderscheid tussen trusts en entiteiten met rechtspersonenbelasting wordt alleen beter gemotiveerd (art. 20b-22 wet van 27 juni 2021, BS 30 juni 2021, 3e ed.).
Lees het volledige artikel, geschreven door Gerd D. Goyvaerts & Mariëlle Ruell, hier.
Gerd D. Goyvaerts - Partner (gerdd.goyvaerts@tiberghien.com)
Mariëlle Ruell - Associate (marielle.ruell@tiberghien.com)
Grondwettelijk Hof stelt toepassing kaaimantaks voor trusts op scherp
Entiteiten kwalificeren niet als juridische constructies ‘van type 2’ (vennootschappen enz.) voor de kaaimantaks als ze in hun thuisland een belasting van minstens 15 % ondergaan. Voor trusts (en andere constructies ‘van type 1’) geldt die uitzondering niet. Het Grondwettelijk Hof vindt dat discriminerend. Maar de vernietigde bepaling betreft alleen de uitkeringen van de constructie, niet de doorkijkbelasting. Bovendien is het helemaal niet duidelijk hoe we de 15 %-drempel zouden moeten toepassen bij trusts.
Lees hier het volledige artikel over de complexiteit van de kaaimantaks. Een artikel door Gerd. D. Goyvaerts dat verscheen in Fiscale Actualiteit, 2021-6.
Grondwettelijk Hof stelt de toepassing van de kaaimantaks t.a.v. trusts op scherp
Eerder had de rechtbank van eerste aanleg van Brussel in zijn vonnis van 11 maart 2020 (A.R.. nr. 2018/4033/A onuitgegeven)1 een akkoord goedgekeurd tussen de oprichter van een Canadese trust en de Belgische fiscus, waarin wordt erkend dat een taxatie van inkomsten van die structuur in hoofde van de in België woonachtige oprichter ingevolge het doorkijkprincipe van de Belgische kaaimantaks, in strijd is met het dubbelbelastingverdrag ("DBV") tussen België en Canada, dit terwijl de inkomsten van de trust in Canada aan een belasting van 53,31 % worden onderworpen.