Advocaten / Avocats / Lawyers

Home>Jobs>Tiberghien - column

Toon items op tag: column

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

'Een land moet een duurzaam belastingstelsel nastreven, waardoor het een voorspelbaar, stabiel inkomen verkrijgt, los van de grote conjuncturele schommelingen.', zegt Koen Van Duyse, partner van Tiberghien Advocaten.

In mijn vorige column, over ethiek en belastingen, besloot ik dat het grootste ethische probleem wellicht bij de overheid zelf ligt, met haar ongebreidelde uitgavendrift. Die boodschap is op een koude steen gevallen. De vertegenwoordigers van de overheid lopen er in een wijde boog omheen. Akkoord, in de periode van het Feest van de Arbeid en Rerum Novarum zie je wel vaker een opbod voor meer overheid en meer belastingen dan oproepen voor meer werk en betere arbeidsomstandigheden. De voorstellen voor nieuwe belastingen lagen er. Een aanzet voor minder uitgaven heb ik echter volledig gemist.

De PS stelt een miljonairstaks voor van 1 à 1,5 procent op vermogens boven 1 miljoen euro. Het stijgt met de jaren. In 2012 schreef formateur Elio Di Rupo in zijn nota een 'tijdelijke' vermogensbelasting van 0,5 procent in. Cd&v vraagt de vermogens van de 1 procent rijksten te belasten. Groen heeft in de vorige legislatuur het voorstel gedaan om onder meer wijnkelders te belasten. Vooruit wil de overwinsten van bedrijven belasten tegen 35 in plaats van 25 procent. Aan de andere kant van het politieke spectrum wordt verwezen naar cijfers van de Europese Commissie, die aantonen dat de belastingdruk op kapitaal in België hoger is dan in de meeste andere EU-landen en dat vermogens niet verder belast moeten worden.

Mag ik iedereen oproepen het hoofd koel te houden, eerst samen na te denken over wat we willen en pas daarna een evenwichtig voorstel te lanceren? In de eerste plaats is het de ethische plicht om een echt gesprek aan te gaan over de kerntaken en de uitgaven van de overheid. Er is nogal wat plaats en ruimte voor. Zo is het echt niet rechtvaardig dat ik, als niet slecht verdienende diabeticus, alle medische kosten terugbetaald krijg. Evenmin is het rechtvaardig dat in één stad twee universiteiten dezelfde richting organiseren, elk voor amper een tiental studenten.

Een land moet een duurzaam belastingstelsel nastreven, waardoor het een voorspelbaar, stabiel inkomen verkrijgt, los van de grote conjuncturele schommelingen. Een evenwichtige mix van belastingen is wijzer dan vooral op één bron te rekenen, net zoals een verstandig belegger hoort te diversifiëren. Daarom horen vermogensgerelateerde belastingen thuis in dat gediversifieerde spectrum.
 
Vermogen kan op verschillende manieren in de belasting worden betrokken. Het vermogen op zich kan worden belast, zoals met een heffing op de effectenrekeningen zoals de PS en cd&v voorstellen. De aangroei van het vermogen kan worden belast, zoals met de roerende voorheffing op intresten en dividenden en, in zekere zin, zoals het voorstel van Vooruit. De overdracht van vermogen kan worden belast, zoals met de registratierechten en de erfbelasting. En tot slot het verbruik van vermogen, zoals met de btw.
 

België heeft alle vier en ze overspannen de hele levenscyclus van de burger. Daarom moeten verbanden worden gelegd tussen die soorten belastingen. Als het PS-voorstel en het voorstel van Vooruit samen worden toegepast, is het dubbelop. Misschien komen daarom twee verschillende voorstellen vanuit de Keizerslaan? Enkel door ze te koppelen en te verbinden kan een rechtvaardig fiscaal beleid over het hele leven worden gerealiseerd. Daar moet creativiteit spelen. Eén voorstel is al uitgewerkt. Wie jaarlijks een vermogensbelasting zou betalen, krijgt een fiscale rugzak mee, die recht geeft op een belastingvermindering op de erfbelasting bij overlijden. Het is maar één voorbeeld.

Tot slot, welke overheid zal bij ons de zuivere vermogensbelasting heffen? Academici menen dat zoiets in België het best op het niveau van de gewesten gebeurt. Als PS-voorzitter Paul Magnette een vermogensbelasting wil, dan zal dat dus niet alleen het best, maar ook het snelst gerealiseerd kunnen worden in het Waals Gewest. Daar is er trouwens ook een politieke meerderheid voor.
 

 

Dit artikel verscheen op 05/05/2022 voor Trends Money Talk. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

'Wij laten ons als burgers te gemakkelijk aanpraten dat wij ethisch moeten reflecteren in het belang van de overheid', zegt Koen Van Duyse, partner van Tiberghien Advocaten.

Vorige week was het na twee covid-jaren eindelijk weer zover: ons jaarlijkse congres waarop meer dan honderd fiscale professionals de waan van de dag even achter zich laten om naar de fundamenten van de fiscaliteit op zoek te gaan. We hadden professor Anne Van de Vijver van de Universiteit Antwerpen gevraagd ons te laten nadenken over belastingen en ethiek. Na het theoretisch kader bracht zij ook de resultaten van een onderzoek uitgevoerd bij ieder van ons. Ik deel enkele resultaten met u.

Stel dat u een accountant, een fiscaal advocaat of een interne fiscalist van een grote onderneming bent en u wordt gevraagd de jaarlijkse belastingaangifte op te maken en in te dienen. Eén van de aspecten is het al dan niet toepassen van een groot eenmalig fiscaal voordeel voor een nieuw productieproces. Een voorwaarde om dat voordeel te kunnen genieten, is dat de investering voor het einde van het vorige jaar in gebruik moest zijn genomen. In de donkere kerstdagen reed u 's morgens en 's avonds voorbij de fabriek en er brandde nooit licht. U hebt dus ernstige twijfels of alles wel operationeel was voor 1 januari. U ondervraagt de financieel directeur daarover en na lang aandringen krijgt u van de raad van bestuur uiteindelijk de schriftelijke bevestiging dat vorig jaar alles klaar was, in strijd met uw eigen waarnemingen. Wat nu? Niet onbelangrijk: als het fiscaal voordeel niet kan worden toegepast, gaat de onderneming failliet en staan 5.000 werknemers op straat. U hebt het lot van veel gezinnen in uw handen. De wet en uw eigen vaststellingen volgen, leidt tot familiale drama's. De geest van de wet en de cliënt volgen, leidt tot een lagere opbrengst voor de schatkist.
 

In tegenstelling tot wat uit internationale studies blijkt, was er geen significant genderonderscheid. Doorgaans zijn vrouwen wetsconformer dan mannen, maar niet in deze peiling. Er was wel een opmerkelijk onderscheid naar leeftijd en ervaringsniveau.

De grote meerderheid van de ouderen weigert de opdracht. Bij ouderen wordt de ethische intentie bepaald door de wetgeving. Zijn jongeren daarentegen normlozer, durven ze minder in te gaan tegen wat een cliënt wil of spelen financiële motieven een rol? De spreuk 'wiens brood men eet, diens woord men spreekt' gaat niet op voor die groep die onafhankelijk van die ene cliënt betaald wordt. Het voornaamste motief van de jonge mensen om de aangifte vooralsnog in te dienen, was het lot van de 5.000 werknemers en hun familie, en het feit ingedekt te zijn door een schriftelijk 'bewijs'. De gedachte speelde mee dat de kosten van de werkloosheid en de minderontvangsten uit de personenbelasting misschien een groter gat in de schatkist zouden slaan dan de lagere vennootschapsbelasting.
 
Het onderzoek bevatte ook testvragen. Eén vraag had tot doel de anarchisten uit te sluiten, die hun gedrag voornamelijk laten bepalen door het zich afzetten tegen een inhoudsloze overheid. Dat was meer aanwezig bij de oudere dan bij de jongere generatie. Waarschijnlijk is daarbij de levenservaring doorslaggevend. Want ligt de bestaansreden van het ethisch dilemma niet bij de overheid zelf? Wie haalt het in zijn hoofd de ingebruikname van een nieuw procedé op 31 december een voordeel te geven en op 1 januari niet meer. Willekeur.
 
Wij laten ons als burgers te gemakkelijk aanpraten dat wij ethisch moeten reflecteren in het belang van de overheid. Om het ethisch gedrag van de overheid en haar vertegenwoordigers wordt in een wijde boog heen gegaan. Is een ongebreidelde uitgavendrift de juiste norm? Minder uitgaven zouden minder belastingen vereisen. Een belastingdruk van meer dan 50 procent en ongeplafonneerde sociale bijdragen zijn er mee de oorzaak van dat de onderneming niet verder kan zonder het fiscaal voordeel. Volgend jaar zijn de beleidsmakers welkom op ons congres met een onderzoek over hun ethische dilemma's.
 

Trouwens, wat zou u doen? 

 

Dit artikel verscheen op 22/03/2022 voor Trends Money Talk. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

"De nuancering dat via het buitenland kan worden belegd in kunst met zuiver geld, moet ook haar weg in de media vinden.", zegt Koen Van Duyse, partner van Tiberghien Advocaten.

De Tijd onthulde in haar editie van 29 januari dat meer dan 1.600 peperdure kunstwerken opdoken in de Panama Papers. Ze werden verzameld en verhandeld via constructies in belastingparadijzen. In de rand van het artikel werd professor Luc De Broe, hoogleraar fiscaal recht aan de KU Leuven, gevraagd commentaar te geven. Die verklaarde dat hij "alleen maar kon vermoeden dat Belgen die kunst kopen en verkopen via een buitenlandse, exotische constructie dat doen met geld dat niet zo fris is". Hij zag geen andere fiscale reden, "want de kunstcollecties kunnen in Belgische private stichtingen worden ondergebracht, die doorgaans opereren in een onbelast klimaat."

Net als covid-experts zijn ook fiscale experts het regelmatig oneens met elkaar. En dat is goed, want een open volwassen debat brengt iedereen naar een hoger niveau. Mag ik daarom dit medium gebruiken om de stellingen van confrater De Broe op een hoffelijke manier te nuanceren, weliswaar zonder een manifest na te streven.

Een "vermoeden" dat kunstwerken worden gefinancierd "met geld dat niet zo fris is". Dat is een straffe uitspraak in een rechtstaat waar het vermoeden van onschuld een van de basisbeginselen is. Ieder is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Het kan inderdaad dat het om niet-zuiver geld gaat. En dan is het laakbaar. Maar het kan ook zuiver geld zijn. En daarom is ook een veralgemening laakbaar. Hij gebruikte het vermoeden ongetwijfeld als een feitelijk vermoeden, en niet als een juridisch. Maar toch: de nuancering dat via het buitenland kan worden belegd in kunst met zuiver geld, moet ook haar weg in de media vinden, al is het om maatschappelijke polarisering tegen te gaan.
 

Het argument om te stellen dat het wel onfris geld móét zijn, is dat het Belgisch vekihel van de private stichting niet wordt gebruikt. Er wordt dus blijkbaar van uitgegaan dat een instrument in het buitenland zoeken per definitie verdacht is. Ook dat is te algemeen.

 
Een private stichting is een afzonderlijke rechtspersoon zonder aandeelhouders en zonder leden, die bestuurd wordt om een belangeloos doel te realiseren, bijvoorbeeld het beheren van een kunstcollectie. Eisen dat een Belgische rechtspersoon wordt gebruikt, is op zich al een enge, nationalistische visie. Er kunnen ook andere redenen zijn om via constructies in het buitenland te gaan.
 

Een voorbeeld uit de praktijk. Kort na de invoering van de private stichting wilde een referentieaandeelhouder van een onderneming die onder de financiëletoezichtswetgeving viel zijn (frisse) aandelenparticipatie onderbrengen in een private stichting. In stilte gaf de toezichthouder de hint om dat toch maar niet te doen. De continuïteit van de Belgische wetgeving en haar fiscale kader was (is) namelijk hoogst onzeker. De toezichthouder suggereerde om naar het buitenland uit te wijken en daar de eeuwenoude veilige haven van het Nederlandse stichting-administratiekantoor op te zoeken. Ook topkunst heeft een veilige haven nodig, leren crisis- en oorlogstijden.

 

Confrater De Broe stelt ook dat er geen fiscale reden is om uit te wijken naar het buitenland. Er zou hier een onbelast klimaat heersen. Dat is het iets te mooi voorstellen. Meer dan honderd jaar geleden werd in België een zuivere vermogensbelasting ingevoerd. De jaarlijkse taks van 0,17 procent wordt berekend op het totale vermogen van vzw's en is sinds de invoering van de private stichting ook van toepassing op die stichtingen. Met andere woorden: een Belgische private stichting die voor 22 miljoen euro de versnipperde Love is in the Bin van Banksy bij Sotheby's heeft gekocht, moet elk jaar opnieuw 37.400 euro belasting betalen, terwijl dat kunstwerk niets opbrengt, maar wel beveiliging kost.

Ik denk dat elke reder liever een veilige en gratis haven heeft, dan een wispelturige en een dure.

 

Dit artikel verscheen op 9/02/2022 voor Trends Money Talk. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications

Koen Van Duyse bespreekt in een opiniestuk voor Trends.

 

'De telewerkvergoeding op zich heeft niet tot gevolg dat de verhuurder zal worden belast op basis van de werkelijke huurprijs', zegt Koen Van Duyse, partner van Tiberghien Advocaten.

Het gebruik van een onroerend goed bepaalt de inkomstenbelasting die de particuliere eigenaar erop betaalt. Het belastingregime van onroerende goederen is een ingewikkeld kluwen waar het principe van 'een euro is een euro' niet geldt. Het kan kort en zonder details en nuances als volgt worden samengevat: is de woning de gezinswoning, dan is het inkomen belastingvrij. Wordt het pand verhuurd en gebruikt de huurder dat pand louter privé, dan wordt de belasting berekend op het geïndexeerd kadastraal inkomen (KI), verhoogd met 40 procent. Gebruikt de huurder het voor professionele doeleinden, dan worden de werkelijke huuropbrengsten belast, na aftrek van een kostenforfait dat maximaal 40 procent kan bedragen.

Of een onroerend goed voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid wordt gebruikt, is een feitenkwestie. Bijna twintig jaar geleden verklaarde de toenmalige minister van Financiën dat het geheel of gedeeltelijk gebruiken voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid op zich niet volstaat. Het bedrag van de huurprijs of de huurlasten moet ook 'ergens' geheel of gedeeltelijk 'vermeld of geboekt' zijn. Dat is het geval als de huur geheel of gedeeltelijk als beroepskosten wordt afgetrokken, maar ook als de huurder van zijn werkgever terugbetalingen ontvangt van kosten eigen aan de werkgever die de huur voor het beroepsmatig gebruik dekken en die bij de werkgever als beroepskosten worden geboekt.
 
Wat als de huurder de woning gebruikt in het kader van (verplicht) telewerk en de werkgever daarvoor aan zijn werknemer een vergoeding betaalt? Thuiswerk brengt voor werknemers kosten mee die eigen zijn aan de werkgever. De werkgever heeft daarom de mogelijkheid om een thuiswerkvergoeding belastingvrij toe te kennen aan werknemers die regelmatig en structureel thuiswerken, om die extra kosten te dekken. Als daar sprake van is, bedraagt die vergoeding volgens de fiscus maximaal 129,48 euro per maand en die is dan niet belastbaar. Merk zeker op dat dit maximumbedrag niet in de wet staat. De fiscus laat zich inspireren door de RSZ, maar geen enkele wettelijke bepaling laat het klakkeloos overnemen van een bedrag vastgesteld door een andere administratie toe. De telewerkvergoeding kan dus zeker ook hoger of lager zijn, afhankelijk van de individuele situatie.
 
Terug naar de les. De forfaitaire kantoorvergoeding dekt alle kantoorkosten. Dat zijn de kosten die courant moeten worden gemaakt om de beroepsactiviteit op een normale manier te kunnen uitoefenen, bijvoorbeeld computer- en kantoormateriaal, water, elektriciteit, verwarming, onderhoud en verzekering. Ook het gebruik van de kantoorruimte bij de werknemer thuis is daarbij inbegrepen, zowel de afschrijvingen van de ruimte als de werknemer de eigenaar is, als de huur die de werknemer zou betalen.
 
De telewerkvergoeding wordt 'ergens vermeld of geboekt'. De werkgever boekt de vergoeding als aftrekbare kosten. De vraag is pertinent of de betaling van een forfaitaire thuiswerkvergoeding door de werkgever aan de werknemer de fiscaliteit van de eigenaar van de woning verandert, omdat die vergoeding een deel van de huur vertegenwoordigt.
 
De minister van Financiën werd daarover ondervraagd door volksvertegenwoordiger Wouter Vermeersch (Vlaams Belang). De minister antwoordde dat het betalen van die vergoeding op zich niet tot gevolg heeft dat de verhuurder zal worden belast op basis van de werkelijke huurprijs en maakt daardoor een uitzondering op de algemene principes. De verhuurder lijdt geen nadeel en hoeft dus niet de werkelijk ontvangen huurgelden aan te geven. Het vermelden van het kadastraal inkomen volstaat. Zijn belastbaar inkomen zal beperkt blijven tot het geïndexeerd kadastraal inkomen, verhoogd met 40 procent.
 
Dit artikel verscheen op 16/09/2021 voor Trends Money Talk. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

 

'Het is niet omdat er veel aangiften elektronisch worden ingediend, en steeds meer, dat daardoor de dienstverlening verbeterd is', zegt Koen Van Duyse, partner van Tiberghien Advocaten.

De aangifteperiode is het seizoen bij uitstek waarin de dienstverlening door de fiscale overheid in al haar scherpte op de proef wordt gesteld. Laten we met de deur in huis vallen: het is niet omdat er veel aangiften elektronisch worden ingediend, en steeds meer, dat daardoor de dienstverlening verbeterd is.

Een paar weken geleden uitte fiscalist en politicoloog (wat een combinatie) Fouad Gandoul zijn hoogste respect voor de vele ambtenaren die in deze tijd onmogelijke telefonische oproepen moeten doorstaan om de aangiften van burgers in orde te brengen. Een accountant ondersteunde dat en verwees naar een ambtenaar die bijna aan het huilen was en blij was haar hart even te kunnen luchten. Lezers van dit weekblad zitten soms in een beschermde cocon en beseffen niet altijd dat hartverscheurende taferelen, taalproblemen en onbegrip schering en inslag zijn. Zou dat gevoel van niet begrepen worden te maken kunnen hebben met het gebrek aan menselijk contact? Spreken met een anoniem callcenter bevordert de perceptie van geholpen en begrepen worden niet echt.
 
En dat komt niet door de covid-maatregelen. Het was er al een tijd. De voorbije tientallen jaren meende men dat efficiëntie het meest gediend is met een beleid dat uitgaat van een jakobijns centralisme. Organisatorisch heeft dat ertoe geleid dat de belastingplichtigen niet meer terecht kunnen op een lokaal aanspreekpunt. Aangiftes werden vroeger in een bus gedropt op hooguit 5 kilometer van de deur en als er nog iets niet duidelijk was, dan sprong men nog snel zonder afspraak binnen om dat laatste cijfertje te bespreken. Mijn dorp kwam vorig jaar in het nationale nieuws omdat er geen bankautomaat meer is. Welnu, mijn streek heeft ook geen belastingkantoor meer. Het werd omgevormd tot een asielcentrum. Nu moet de papieren aangifte verplicht naar een anoniem scancentrum aan de andere kant van het land.
 

Mensen weten ook niet meer waar ze terecht kunnen. Ze kunnen ook nergens meer terecht. Een inwoner van Knokke-Heist die vroeger aan haar buurman een fiscaal woonplaatsattest kon vragen om mee te brengen, moet nu naar Brugge en krijgt daar dan de melding dat ze het moet downloaden. Gepensioneerden en anderstaligen begrijpen het woord amper, laat staan dat ze het zelf kunnen. Als men een vraag heeft, weet men ook niet meer wie de bevoegde persoon is. Hoe vaak belt zelfs een professional naar een algemeen nummer en krijgt die als antwoord dat men een e-mail moet sturen die dan wel beantwoord zal worden?

Ook inhoudelijk wordt zo veel mogelijk gecentraliseerd. Vroeger kon een ondernemer met de lokale inspecteur het meest passend beleid over kosten eigen aan de werkgever bespreken en een akkoord afsluiten. Nu moet dat gecentraliseerd worden bij de rulingcommissie die een one size fits all-beleid voert. Lokale fiscale ambtenaren zijn alle autonomie kwijt. Er is geen passend lokaal maatwerk meer.
 

Organisatorisch is dat ongetwijfeld efficiënt, alhoewel. Alle macht is centraal verankerd bij een beperkt aantal personen, ver weg van de burger. De roep van Joachim Coens voor meer nabijheid spreekt me sterk aan. De kloof tussen beleid en burger zo klein mogelijk houden. Dienstverlening die dat miskent, is geen goede dienstverlening. Ook de ex-CEO van Danone verklaarde vorig weekend in Het Financieele Dagblad dat de toekomst lokaal is en dat centralisatie en standaardisatie managementconcepten uit het verleden zijn.

Coens schrijft in zijn manifest: "Voor de christendemocratie is nabijheid dan ook te vertalen in de organisatie van het bestuur." Hoe het nu loopt, staat er haaks op. Ik ga er dus vanuit dat de minister van Financiën, de rechterhand van Joachim Coens, die nabijheid en die menselijkheid mee zal integreren in zijn beleid. Nabijheid in woord en daad zodat de belastingbetaler straks weer op bezoek kan bij een mens van vlees en bloed.
 

Dit artikel verscheen op 14/07/2021 voor Trends Money Talk. U kan het bronbestand hier raadplegen.

Gepubliceerd in Publications

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

 

'Er wordt veel gesproken over een nakende belastinghervorming. Een verlies erkennen, dat zou pas een hervorming zijn. En daarvoor is geen zware studieronde of nieuwe wetgeving vereist. Als de overheid verklaart dat zij af wil van het traditionele conflictmodel tussen fiscus en belastingplichtige en plaats wil maken voor een consensusmodel, dan zal zij uit een ander vaatje moeten tappen.' Dat zegt Koen Van Duyse, partner bij Tiberghien Advocaten.

UCL-professor Jogchum Vrielink tweette in 2019 naar aanleiding van een vonnis in het hoofddoekendebat verontwaardigd: "Hoe schandalig deloyaal kan procesgedrag worden, als het zo manifest duidelijk is wat men werkelijk moet doen?" In de fiscale praktijk is dat niet ongewoon en voor de buitenlandse aanvullende pensioenen is het zelfs schering en inslag. En het gaat van kwaad naar erger.

We moeten terug naar de periode vóór 2004. Alles wat een werknemer krijgt van de werkgever in ruil voor arbeid, is een belastbare bezoldiging. Dus ook de pensioenbijdragen die een werkgever voor zijn werknemer betaalt. De wet op de aanvullende pensioenen heeft dat in 2004 veranderd. Voortaan zouden die bijdragen vrijgesteld zijn van belasting. Maar het verleden blijft natuurlijk wat het was, dat kan niet worden teruggedraaid. Bijdragen van vóór 2004 waren dus belastbaar, ook voor wie toen in het buitenland werkte en er belast werd.
 

Fiscaal betekende dit dat de bijdrage niet langer een werkgeversbijdrage was, maar een persoonlijke bijdrage betaald met privégeld ná belasting. Het principe van de communicerende vaten houdt in dat als iets wordt opgebouwd zonder fiscaal voordeel, de uitkering belastingvrij is. Concreet, het aanvullend pensioen opgebouwd in het buitenland vóór 2004 heeft geen fiscaal voordeel genoten in België en moet dus nu in België vrijgesteld worden van belastingen.

Het Hof van Cassatie heeft dit voor het eerst in 2002 met zoveel woorden bevestigd. Een loyale overheid zou dan de gevolgen moeten aanvaarden. Niet hier natuurlijk. Bijna twintig jaar later zijn er nagenoeg iedere week nog rechterlijke uitspraken nodig om dit af te dwingen, op kosten van al die belastingplichtigen. Hallucinant, ook de wijze waarop.

De fiscus weert zich als een duivel in een wijwatervat met argumenten die zelfs volgens zijn ambtenaren geen steek houden. Ambtenaren verklaren in de wandelgangen van het justitiepaleis dat de belastingplichtigen gelijk hebben, maar dat ze moeten blijven procederen in opdracht van hun hiërarchische overste. Moedige ambtenaren verklaren dat zelfs publiek voor de rechter in hun pleidooi. Het Hof van Cassatie en de advocaat-generaal hebben ondertussen al vier keer de fiscus moeten terechtwijzen, maar dat brengt nog altijd geen zoden aan de dijk.
 
De jongste maanden gaat de overheid nog twee stappen verder. Vorig jaar riep de minister van Financiën voor het hof van beroep van Gent in dat zijn eigen wet de grondwet schendt en dat het Grondwettelijk Hof dat zou moeten bevestigen. Het is ver gekomen, de wetgever die zelf zegt dat hij niet goed heeft gewerkt. Het hof heeft terecht de overheid wandelen gestuurd. En wat is de reactie van de minister? We gaan datzelfde argument nog eens opwerpen, maar dan nu voor het hof van beroep van Antwerpen, wie weet. Schande. 
 

Geruchten doen de ronde dat men ook overweegt om met een interpretatieve wet de geschiedenis te herschrijven. Het is een raadsel hoe men dat gaat doen, hoe men een wet van 2004 met terugwerkende kracht gaat interpreteren om te zeggen dat het vóór 2004 anders was. Dat is de rechtsstaat onwaardig. De mijnwerkers kregen geen interpretatieve wet om een manifeste berekeningsfout van de overheid over hun pensioenen te corrigeren. Maar als de overheid te weinig belastingen int, komt een interpretatieve wet vlotjes aan bod.

Er wordt veel gesproken over een nakende belastinghervorming. Een verlies erkennen, dat zou pas een hervorming zijn. En daarvoor is geen zware studieronde of nieuwe wetgeving vereist. Als de overheid verklaart dat zij af wil van het traditionele conflictmodel tussen fiscus en belastingplichtige en plaats wil maken voor een consensusmodel, dan zal zij uit een ander vaatje moeten tappen.
 

Dit artikel verscheen op 01/06/2021 voor Trends Money Talk. U kan het bronbestand hier raadplegen.

Gepubliceerd in Publications

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

 

'Beleggen bij zichzelf of bij de eigen familie kan, en dat met een onmiddellijke belastingvermindering van 20 procent. Dat leidt tot een rendement van 4 procent op jaarbasis. Wie gelooft in zijn eigen onderneming, en al zeker als hij weet dat er geen enkel risico op verlies is, aarzelt toch niet?' zegt Koen Van Duyse, partner van Tiberghien Advocaten.

In maart vorig jaar schreef ik over het effect van de lockdown op de belastbaarheid van bezoldigingen in een grensoverschrijdende context. Ik kon toen niet vermoeden dat ik meer dan één jaar later nog altijd over fiscale covidmaatregelen zou schrijven. Jammer genoeg blijft het actueel. Eerder deze maand werden opnieuw tijdelijke ondersteuningsmaatregelen genomen om negatieve financiële gevolgen van de pandemie op te vangen. Ook dit jaar valt een nieuwe fiscale koterij ons te beurt, weliswaar gelijkaardig als vorig jaar. Wie tussen 1 januari en 31 augustus van dit jaar geld ter beschikking stelt aan ondernemingen die hun omzet sterk hebben zien dalen, krijgt een belastingvermindering van 20 procent.

Kappers zitten werkloos te staren. De horeca kan hooguit via take-away de schone schijn wat ophouden. Professionele dansscholen zijn dan wel overgestapt naar onlinelessen, met beschadigde parketvloeren thuis tot gevolg, maar de omzet keldert. De lijst van ondernemers met omzetverlies is eindeloos. De overheidsschuld explodeert, maar de berg spaargeld bij de burgers zwelt aan. Omdat de overheid nog nauwelijks ruimte heeft, mobiliseert zij u, in ruil voor een belastingvoordeel.
 

Als u in de eerste acht maanden van dit jaar het kapitaal verhoogt van een vennootschap met een omzetverlies van minstens 30 procent in de periode van 2 november 2020 tot 31 december 2020 in vergelijking met dezelfde periode in 2019, krijgt u een belastingvermindering van 20 procent. De vennootschap moet klein zijn: niet meer dan vijftig werknemers, een omzet lager dan 9 miljoen euro en een balanstotaal van minder dan 4,5 miljoen euro. Het mag ook niet gaan om een vennootschap die hoofdzakelijk belegt in onroerend goed of die voornamelijk management- of bestuurdersactiviteiten uitvoert. Noteer dat u ook mag beleggen in een vennootschap in een ander land van de Europese Unie. Dus Sven Ornelis, spreek eens met uw lievelingsrestaurant in Barcelona en suggereer dat u mee kan participeren. De Belgische schatkist zal u voor 20 procent financieren.

Er zijn wel kwantitatieve grenzen. De vennootschap mag niet voor meer dan 250.000 euro ondersteund worden. En de inbrenger kan niet meer dan 100.000 euro als kapitaal inbrengen. De belastingvermindering kan dus maximaal 20.000 euro bedragen. Het ingebracht geld mag gedurende zestig maanden niet gebruikt worden om dividenden uit keren, het kapitaal te verminderen, voor het aankopen van aandelen of voor het geven van leningen. Met andere woorden, het geld moet dienen voor reële ondernemingsactiviteiten.
 
Er wordt van de belastingplichtige verwacht dat hij of zij de aandelen die men in ruil voor de kapitaalverhoging heeft gekregen vijf jaar lang in bezit houdt. Dus niet verkopen en niet wegschenken. Enkel bij overlijden vervalt dit. Op dat moment kunnen de erfgenamen er vrij over beschikken. Indien de aandelen toch zouden worden vervreemd, zal er voor dat jaar een vermeerdering van de belasting zijn ten belope van één zestigste van de belastingvermindering vermenigvuldigd met het aantal maanden die nog moeten lopen om de zestig maanden vol te maken.
 

Niets belet dat de eigenaar van de vennootschap zelf of de bedrijfsleider ervan de investering doet. Ook voor echtgenoten of kinderen van de ondernemer is er geen beletsel. Beleggen bij zichzelf of bij de eigen familie kan dus en dat met een onmiddellijke belastingvermindering van 20 procent. Dat leidt dus tot een rendement van 4 procent op jaarbasis. Wie gelooft in zijn eigen onderneming, en al zeker als hij weet dat er geen enkel risico op verlies is, aarzelt toch niet? Wees ervan overtuigd, er zal vooral in veilige, levensvatbare bedrijven worden geïnvesteerd.

En trouwens, mijn voortdurende oproep om bij iedere nieuwe fiscale koterij er tegelijk twee nutteloze af te schaffen, valt ook nu weer op een koude steen.
 

Dit artikel verscheen op 20/04/2021 voor Trends Money Talk. U kan het bronbestand hier raadplegen.

Gepubliceerd in Publications

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

 

'Als u bij de gelukkigen bent bij wie de bank komt aankloppen met negatieve intresten, waarom zou u dan met het overschot op uw bankrekening geen vrijwillige voorafbetaling doen? U leent weliswaar renteloos uit aan de staat, maar de Bank van de Staat vraagt u ook geen negatieve rente.' Dat zegt Koen Van Duyse, partner van Tiberghien Advocaten.

Gepubliceerd in Publications
donderdag, 26 november 2020 14:55

COLUMN-TRENDS: Geef derden ook een aanwervingspremie

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen.

 

'De rulingcommissie maakt een belastingverlaging met 17 procentpunten mogelijk voor aanwervingspremies.' Dat zegt Koen Van Duyse, partner van Tiberghien Advocaten.

Gepubliceerd in Publications

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen.

 

'De administratie wordt opgezadeld met zeer veel werk voor, in het beste geval, hooguit een paar honderden euro's extra belasting.' Dat zegt Koen Van Duyse, partner van Tiberghien Advocaten.

 
Gepubliceerd in Publications
Getagged onder
Pagina 2 van 3
Tiberghien Brussels

Tour & Taxis

Havenlaan|Avenue du Port 86C B.419
BE-1000 Brussels

T +32 2 773 40 00

F +32 2 773 40 55

info@tiberghien.com

Tiberghien Antwerp

Grotesteenweg 214 B.4
BE-2600 Antwerp

T +32 3 443 20 00

F +32 3 443 20 20

info@tiberghien.com

Tiberghien Ghent

Kortrijksesteenweg 1071 B 0801
BE-9051 Gent

T +32 9 216 18 00

info@tiberghien.com

Tiberghien Hasselt

Torenplein 7 B13.1
BE-3500 Hasselt

T +32 11 57 00 13

info@tiberghien.com

Tiberghien Luxembourg

23, Boulevard Joseph II
LU-1840 Luxembourg

T +352 27 47 51 11

F +352 28 66 96 58

info@tiberghien.com