Toon items op tag: Estate Planning
Burgerlijke maatschappen voortaan verplicht in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen én boekhoudplichtig!
Op 27 april verscheen in het Belgische Staatsblad de Wet houdende hervorming van het ondernemingsrecht. Waar men dat op basis van de titel van de wet misschien niet zou verwachten, heeft deze wet ook belangrijke gevolgen voor burgelijke maatschappen. De wetgever beschouwt burgerlijke maatschappen immers voortaan ook als “ondernemingen”, waardoor er tal van regels uit het ondernemingsrecht ook op de burgerlijke maatschap van toepassing worden. Veruit de belangrijkste gevolgen daarvan – die onmiddellijk ‘voelbaar’ zullen zijn – zijn de verplichte inschrijving van burgerlijke maatschappen in de Kruispuntbank van Ondernemingen en de onderwerping van burgerlijke maatschappen aan de boekhoudwetgeving.
Het nieuwe erfrecht en de gevolgen voor familiebedrijven
Op 1 september 2018 treedt het nieuwe erfrecht in werking. De wijzigingen zijn verregaand en hebben een aanzienlijke impact op de familiebedrijven, in het bijzonder op de schenking ervan. In dit artikel gaan we hier dieper op in.
Geschonken of gelegateerde aandelen aan een minderjarig kind
Een minderjarig kind valt onder het ouderlijk gezag, dat spreekt vanzelf. Ouders hebben een recht van beheer en genot van alle goederen in eigendom van hun minderjarige kinderen. Ook dus voor geschonken en gelegateerde aandelen. De vraag stelt zich of dit recht van de ouders kan beperkt worden.
Er zijn ongetwijfeld situaties waar de inmenging van de ouders niet gewenst is. Denk maar aan de situatie waarin de aandelen van een familiale vennootschap in volle eigendom aan een minderjarig kind toekomen na het plots overlijden van zijn vader, de familiale ondernemer. In principe valt het beheer en genot aan zijn moeder toe, ook al waren zijn ouders reeds enige tijd uit de echt gescheiden.
Wat met het familiebedrijf als papa hertrouwt?
Als de aandeelhouder van een familiebedrijf een (tweede) huwelijk overweegt, is het nuttig om even stil te staan bij de impact van dit huwelijk voor het familiebedrijf. Dit is zeker zo als er al kinderen zijn uit een vorige relatie. In een dergelijke situatie kan beroep worden gedaan op de "clausule Valkeniers".
Bedingen van aanwas gunstig beoordeeld door de Vlaamse belastingdienst
Wie getrouwd is met scheiding van goederen, of niet getrouwd, kan de goederen die hij samen met zijn partner bezit aan de langstlevende laten toekomen door een zogenaamd beding van aanwas; en dat kan zelfs zonder erfbelasting. Voor wie getrouwd is met gemeenschap van goederen is dat heel anders.
Psychologische benadering van de werkrelatie tussen de belastingadministratie en de belastingplichtige
In deze bijdrage worden aan de hand van inzichten uit de psychologie, meer bepaald de theorie van de Working Alliance, suggesties gedaan om de relatie tussen de belastingadministratie en de belastingplichtige te verbeteren. Zo zijn empathie en duidelijke informatieverstrekking voedende factoren voor een goede werkrelatie.
De Europese Verordeningen inzake relatievermogensstelsels: de "I dos en don'ts"
In juni 2016 werden de Europese Verordeningen 2016/1104 inzake de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen en 2016/1103 inzake huwelijksvermogensstelsels aangenomen. Ze harmoniseren de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten van gehuwde echtparen en koppels, die hun partnerschap conform de wettelijke vereisten registreerden. Aangezien ongeveer 12,5 % van de huwelijken in de EU een internationaal karakter kent, zijn voornoemde verordeningen wenselijk. Bij gebreke aan een overkoepelend kader, was een harmonisatie echter ook noodzakelijk. De Commissie motiveert als volgt. Een Grieks-Hongaars koppel huwt in Griekenland en blijft er gedurende drie jaar woonachtig, waarna het verhuist naar Hongarije. Twee jaar later is de liefde over. Het Griekse internationaal privaatrecht knoopt aan bij de eerste gewone verblijfplaats. De laatste gemeenschappelijke verblijfplaats vormt echter het relevante criterium onder Hongaars recht. De verordeningen trachten een rechtszeker kader aan te reiken in dergelijke conflictsituaties. Ze treden in werking op 29 januari 2019.
Delft het eenjarigheidsbeginsel het onderspit t.o.v. het gezag van gewijsde, zelfs indien juridische opvattingen inmiddels zijn gewijzigd na ruim tijdsverloop?
De heer X. en mevrouw Y. huwden in het jaar 1969. Dit huwelijk bracht 4 kinderen voort. ln 1992 kwam het tot een feitelijke scheiding tussen de heer X. en mevrouw Y. N.a.v. een beschikking van de vrederechter, houdende dringende en voorlopige maatregelen, werd mevrouw Y. gemachtigd om in de gezinswoning te blijven wonen. De heer X. werd tevens veroordeeld tot de maandelijkse betaling van onderhoudsgeld en de betaling van de studiekosten van de kinderen. Hangende de echtscheidingsprocedure werd de heer X. veroordeeld om m.b.t. de gezinswoning naast de grondbelasting en de brandverzekering ook de hypothecaire schuld te betalen. De echtscheiding tussen de heer X. en mevrouw Y. werd finaal uitgesproken door het hof van beroep te Antwerpen bij arrest van 29 september 1998. Tijdens de echtscheidingsprocedure nam de heer X. de door hem betaalde alimentatievergoedingen, studiekosten, aflossingen voor de hypothecaire lening, premies voor de brandverzekering, onroerende voorheffing m.b.t. de gezinswoning en de monetaire waarde van de terbeschikkingstelling van de gezinswoning in aftrek.
Versterking holdingregime? Niet voor KMO's!
Met het zomerakkoord en de eerder ingevoerde nieuwe regels inzake de vorming van gestort kapitaal werd het holdingregime aanzienlijk gewijzigd. Men zou zich daarbij de vraag kunnen stellen of het voor de KMO-aandeelhouder nog wel zinvol is om zijn aandelen in zijn vennootschap in te brengen in een holding. Daar waar de impact van de in het kader van het zomerakkoord vastgestelde nieuwe regels inzake kapitaalverminderingen mogelijk eerder beperkt zal zijn voor KMO-vennootschappen, die maximaal gebruik hebben gemaakt van de interne vereffening en de liquidatiereserve, is dit niet het geval voor de situatie waarin geopteerd wordt voor de oprichting van een holdingvennootschap. De impact van deze regels op het holdingregime wordt daarenboven nog verstrekt door de nieuwe regels inzake gestort kapitaal. Bij de oprichting van een holding dient men aldus verder te kijken dan enkel de maatregelen die inzetten op de versterking van het holdingregime (zoals 100% DBI-aftrek, etc). Het totaalplaatje is weinig consequent. Hierna volgt een overzicht.
Verrekenbedingen, schattingsprocedure en andere wijzigingen decretaal geregeld
Het Vlaams Parlement keurde op zes december jl. het ontwerpdecreet houdende wijzigingen aan de Vlaamse Codex Fiscaliteit met een ruime meerderheid goed. We lichten in het bijzonder de relevante wijzigingen toe voor de erfbelasting, meer bepaald de finale verrekenbedingen, keuzebedingen en verblijvingsbedingen onder last en de schattingsprocedure bij de aangifte van nalatenschap.